is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Herdenken.

Mais pourquoi m'entralner vers ces scènes passées ?

Lamartine.

Tusschen Breedene en Wenduine,

Langs de zee in 't duinezand Sedert vijf en dertig jaren Met een weeldrig bosch beplant,

Kwam een zuiderling gewandeld Ieder jaar in 't herfstseizoen,

Met een wandelstaf in handen En met beukels op de schoe'n.

En de kindren van den duine Zeiden soms bij zijn verschijn :

Meester Leenaard is gekomen,

't Zal weêrom haast winter zijn. —

Kindren van den duin, die 'k minne,

Meester Leenaard keert niet meer;

Ach ! de winter van het leven Daalt allengskens op hem neêr.

Kortlings zag ik rond mij vallen Wat mij naast aan 't herte lag,

Mijnen vader, mijne moeder,

En , wien 'k nooit vergeten mag,

Mijnen oom die vele jaren Langs den duin als herder stond,

En in wien ik gansch mijn leven Eenen tweeden vader vond.