is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het groeit vol bengelkruid (1), pareel (2) En kokte (3) en weegaardsblaren (4).

't Plankiet ook ligt van kruiden groen Die oekren zonder zaaien ;

En op het dak staan sencioen (5) En tingelen (6) te waaien.

En 't wierd al avond als wij nog In die ruïne stonden,

Diep in 't gedacht, hoe alles toch Verganklijk is, verslonden.

En 's andren daags aan 't hoog Altaar Heb ik, van dank doordrongen,

De Heiige Mis, voor die ze daar Zoo dikwijls zong, gezongen.

En dan op wandel strandwaart heen Om te herboriseeren,

En in zijn werken groot en kleen De macht te zien des Heeren.

De heide stond vol hazepoot (7) En wolkruid (8) en porkelle (9);

Ik plukte er staalkens af, en sloot Ze in mijne kruidtabelle.

(1) Mercurialis annua. — (2) Rumex. — (3) /Ethusa cynapium. — (4) Plantago. — (5) Senecio vulgaris — (6) Urtica. — (7) Luzula. — (8) Filago. — (9) Hypochoeris glabra.