is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Eikhoorntje.

Treurdichtje van eenen leerling (1) die dat beestje gekweekt en getemd had.

Wie gaat er nu mijn noten kraken ?

Wie knospert nu mijne applen op ?

Wat moet ik van mijn boompjes maken Met hunnen dichtbegroeiden top ?

Och 't deert mij zoo! Het is gestorven Mijn beestje dat 'k zoo geern zag!

Ik had het over jaar verworven,

En 'k spees het tot op dezen dag!

En waar nog maar zijn poot gebroken,

Zoo 't onlangs voorgevallen is :

't Bleef stil in eenen hoek gedoken,

En 't waar haast weêr gezond en frisch.

Maar ai! 't is erger !... 'k Zag het beven In 't drukste van den stervensnood 1 Ik zag hem 't laatste sniksken geven :

Mijn Notekrakerken is dood !

Hoe zwart toch stonden hem zijne oogen 1 Zij straalden, straalden in zijn hoofd !

(1) Die leerling was een engelschman die geen Vlaamsch spreken noch schrijven kon : dus is het stuk wel van De Bo.