is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is nu gedaan met die vermaken ! Gestorven is mijn speelgenoot!

Wat moet ik van mijn boompjes maken ? Mijn Notekrakerken is dood !

Och 1 't is zoo jammer ! 't kwam geloopen Als ik het minste teeken deed,

Het kwam mij boven op gekropen,

Of het verborg zich in mijn kleed !

Het knosperde applen uit mijn handen ; En als 't ik hazelnoten gaf,

Het kraakte ze met zijne tanden,

En beet er half de schulp van af 1

En 't hield met zienelijk behagen,

De kern in beide voorsten poot; En draaide en keerde ze in het knagen Dat maar de pel meer overschoot.

Dan op een' knap van mijne vingren Ontsprong het langs mijn schouders heen, Om weer te tuimlen en te slingren Met honderd honderd aardigheên.

't Was mij zoo tem en zoo genegen !... 't En kende mij alleene maar.

En sprak er iemand anders tegen, 't En horkte noch 't en keek er naar.

Nogtans het had somwijlen nukken :

En als een hondje 't kefte dan;