is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Waterkruik.

Brandaan met eenen korslen aard En hitsig bloed geboren,

Bij 't minste dat hem tegenging Ontsprong in dulte en toorn.

Dan laaide en vlamde zijn gelaat Verwrongen en misvormd,

En laster, smaad, verwijt en vloek Kwam uit zijn mond gestormd.

Toch hadd' hij willen anders zijn : Die ondeugd stak hem tegen ;

En denkend dat er de oorzaak van In andren was gelegen,

Dacht hij daarbij: de kortste weg Om zulk een drift te breken

Is naar de woestenij te gaan

Van 't menschdom ver ontweken.

Hij trekt dan naar de wildernis En kruipt in een spelonke ;

Geen mensch, geen levend herte meer Dat nog zijn toorn ontvonke.

Hij meende al dat hij heilig was. Hij wist maar hoe hij faalde