is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen de slechte boeken en gazetten, tegen het werken op den Zondag, tegen de gierigheid. Helaas ! ik heb gesproken omtrent tegen alles wat zij doen en tegen alles wat zij beminnen, en zij hebben van mij eenen afkeer gekregen, 't En is niet geheel en al hunne schuld. Overgelaten aan henzelven, zouden zij mij misschien wel kunnen lijden ; maar de Meier speelt een beetje den woekeraar, de Schepen houdt herberge, de schoolmeester doet in de almanakken; dat zijn de groote mannen van het dorp, en zij maken de opinie van het volk. Daarenboven, heb ik eenige dochters van mijne parochie belet van te trouwen met hier of daar eenen afgod van de deze. Ik en kost er niet van tusschen, aangezien men mij raad vroeg; maar zij en komen zij daar niet in, in zulke redens. Zij hebben dan allen tegen mij samengespannen, zoodanig dat ik mij nooit alhier en rischiere zonder steenen naar mijn hoofd. Ik verzeker u dat het zou grooten nood moeten doen, eer ik er bij nachte ga. Spijts al mijne tooverkunste, zou ik er schamel van t'huis komen. „

" Maar, mijnheer de Pastor, waarom u in 't gevaar stellen van ze te gemoeten, ook bij dage ? „

" Wat wil-je ? Zij moeten 't nogtans gewend worden van mij te zien. Ook, wat dezen keer betreft, moet ik u zeggen dat ze mij eene pert gespeeld hebben. Ik heb het vertrouwen van eene oude brave vrouw van hun dorp : laten zij mij de mare niet dat ze ziek ligt en gedurig achter mij vraagt ? Ik en betrouwde 't niet. Maar algelijk het kon waar zijn; en 'k peisde daarbij nog in mijn zeiven : Ga ik er naartoe, 't zal alsans een bewijs zijn dat geen priester en hapert zijne plicht te kwijten ; en is 't eene fuike die ze