is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mtm

de palen van mijne parochie, en, God zij gedankt, ik tel daar nog al vrienden.

" Eerweerde heer, „ was mijn antwoord, " ik geloof dat wij nog verder te gare gaan. Ik ben op weg naar Quaethem " O, „ riep hij uit, " dank den Heer! Hij verleent mij vandage gunsten op gunsten. Ik ben de pastor van Quaethem. „

" Maar het dochte mij lijk. „

" Zonder onbeleefd te zijn, „ hernam de goede priester, " mag ik u vragen wien gij daar bezoekt te Quaethem. „ " Ik kome om ulieden te groeten, mijnheer de pastor. „ " Duizendmaal welkom, mijn dierbare redder. De pastor van Quaethem en is niet rijk, en zijne pastorij en is niet groot; doch men weet er nog eerbaar de gasten te toeven. „ " Dank u voor de genegenheid, mijnheer de pastor. Laat mij toe u kenbaar te maken wie ik ben. „

En ik ging het aan, op de wijze van Homerus zijne helden : zulk een, zoon van zulk eenen. Als ik aan mijn grootvader kwam van moeders zijde, stak hij verbaasd zijne oogen open ; en toen ik mijne geboorteplaats noemde, viel hij mij om den hals.

" Maar wij zijn gevaderlanders, „ riep hij uit; " en zelfs 't en liegt maar aan ons te gelooven dat wij familie zijn. Ik ook, ik ben van het Gastijnsche; mijne moeder is, gelijk de uwe, van Boyne, waar geheel de wereld nicht en kozijn is. „

" Ik heb misschien nog eene aanspraak meer op uwe goedjunstigheid. Langen tijd heb ik de hertelijke vriend geweest van een uitmuntenden jongeling die, en fale ik, uw neef is. „