is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ze schoon in order geschikt, stichtende ter zeiver tijde den stoffelijken tempel en den geestelijken tempel. Voorwaar, indien het mij toegelaten is gelijk de Schriftuur te spreken die de steenen doet roepen, mag ik wel zeggen dat de steenen hier gewrocht hebben. Ja, beste vriend, onze kerk is gesticht geworden zonder bestek, zonder bouwmeester, zonder geld ; en om er geloovigen in te zien, heb ik maar de deuren moeten openzetten: qui habitare facit sterilem in domo, matrem filiorum laetantem (1). Welk krachtig woord had ik dan gestierd tot de eersten die kwamen bidden ? Waar heb ik de honderd duizend frank gevonden om dezen bouw te zetten ?

" Honderd duizend frank ? „ riep ik uit.

" Gij verschiet ervan, „ hernam de pastor; " maar weet dat het nog de helft niet en is van onze onkosten. Ik ga u ons hospitaal en onze scholen toogen die nog meer gekost hebben. „

" Maar, mijnheer de pastor, „ zeide ik, " hoe kondef gij toch zulke ondernemingen aangaan ! „

" Ik weet het niet, „ antwoordde hij; " ik heb er noch het dragen noch de verdiensten van. Ik heb gewrocht gelijk die machienen die eene verborgene beweegkracht doet gaan, en die niet en weten wat zij doen. Mijne lieve brave Edmonda heeft de stichtster van de kerk geweest; het hospitaal is om zeggen op het graf van mijnen armen Laurens gebouwd... Maar laat ons binnengaan in de pastorij. „

De tegenheid, die de pastor gevoelde om van zijne

(1) Dat is: die de onvruchtbare doet wonen in huis, haar blijde moeder makende van kinderen.