is toegevoegd aan uw favorieten.

Deken De Bo, een groote Vlaming

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

miek er spotliedjes op ; dat en deed hun niet; de verbittering wierd des te grooter en vond eindelijk een middel die gelukte. Niet alleen wierd ik van nieuw en her begekt en beleedigd, maar, wat men nog niet gedaan en had, men roofde mijne eere, en, wat ik nooit en zou kunnen denken hebben, men belasterde Edmonda, dien engel van goedheid en zuiverheid, dien men maar aanschouwen moest om tot de deugd opgewekt te worden. Men zond mij een liedeken van Beranger, dat eene venijniger penne als die van de boeren, tegen mij en mijne nicht gedraaid had. Ik voorzag dat deze walgelijke klausekens overal gingen rondleuren, en dat ze de kinderen zelve zouden achtergezongen hebben. Mijn eerste gedacht was van Edmonda te verwijderen, des te meer dat zij sedert eenen tijd ziekelijk was; maar het kwaad was al gedaan, 't was te laat. Hetgeen ik vernomen had, Edmonda wist het ook al. Eer zij van haar scheidde en ze als een eerloos mensche verstiet, was een van hare vriendinnen, 'k en weet niet door welke dwaze jaloerschheid gedreven, zeere komen geloopen om haar te zeggen hoe zij op de tonge reed. De steke was gegeven, zij had eene doodelijke kwetsuur gemaakt; de onschuldige maagd en bleef maar leven door het geweld van haren moed en van hare genegenheid voor mij. Om mij niet te bedroeven, en opdat ik haar uit de bedorvene lucht, waar men hare reputatie vermoordde, niet en zou verwijderd hebben, had zij liever te zwijgen en te sterven.

Het moorddadig liedeken vervolgde haar overal. Ging zij uit, zij hoorde 't rullen aan haar zijde of weêrgalmen in de huizen. Bij dage, als ik uit was, 's avonds als ik sliep, kwamen mannen, kinders, vrouwen het vóór de veinster