is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vlucht en thuiskomst.

Hijgend tobden Door Vercruys en zijn vrouw, die een kindje op den arm droeg, mee voort met de duizenden vluchtelingen die den vuurgloed der op enkele plaatsen brandende stad ros geteekend zagen tegen den hoogen hemel, als ze 't waagden het hoofd om te keeren. Zware droefheid of bittere haat en verwenschingen stegen op bij wijlen uit den menschentroep. Door bekeek nu en dan eens het tengere vrouwtje, dat met van angst verwrongen trekken naast hem voortschokte, buigend d'r smalle lijf door den last van 't kindje, dat zij tegen zich aangedrukt hield. Zijn gedachten waren weg en hij hoorde telkens weer, heel duidelijk: „vluchten"; hij kon er zich geen rekenschap van geven. In allerijl was hij van zijn werk naar huis geloopen, had slechts gestameld: „vluchten" en was toen met Siska, die terstond 't kindje had opgenomen, aan 't draven gegaan door de straten tot zij zich bij een troep gevoegd hadden, die de stad uitdwaalde. Lang moesten ze reeds op weg zijn, want toen ze uittrokken, was het nog licht als op den dag en nu pinkelden vele sterretjes aan den hemel, die rood zag, zoo wonderlijk rood. Plotseling merkte Door, dat zijn vrouw achterbleef en de opdringende massa telkens even uiteen week om haar los te "maken. Maar hem zelf gingen ze ook voorbij.

Hij voelde het aan de stooten, die hij kreeg tegen zijn ellebogen.

De uitputting woog op zijn schouders, die pijn deden en naar elkaar toe negen, alsof hij er een half beest op droeg.