is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

We gaan naar tantes; we zijn er willekomme en ze hebben er een wieg voor Franske".

Met moeite rezen ze op; hun ledematen waren stijf geworden en ongezeggelijk door den kouden grond. Door droeg het ventje, dat zijn oogskes flauw opende bij wijlen, maar rustig bleef. Sukkelend kwamen ze verder langs den donkeren weg, die door bosschen leidde en karig beschenen werd door de sterren, haar licht verbergend in de hooge dennentoppen; slechts een smalle strook van den hemel was zichtbaar en de maan zat weggedoken achter dikke wolken.

„Ik hoore den hane, den dagewekker", zei eensklaps de man en de hoop, dat 't gauw licht nu worden zou, deed hem met meer moed voortgaan langs het zandige pad, waarin hun zware schoenen wegzonken. Daar vertoonde zich de eerste lichtstreep in het oosten: de baan werd ailengskens breeder tot ze den geheelen gezichtseinder besloeg.

De warmte der komende zon voelden ze in den rug en 't deed hun wel na de verstijving van den nacht, die hunne bezweete lichamen had lam gemaakt.

In de verte zagen ze reeds een torenspits oprijzen in de blauwe lucht met 't bewegelijke haantje op het hooge kruis.

De toren werd het doel van hun tocht, vandaar zouden ze wei verder geraken. Geen oogenblik dachten ze aan wat ze achterlieten daarginds. Weg wilde Door met vrouw en kind uit het komende gevaar. Heel langzaam naderde het torentje, tot ze plotseling bij de kromming van den weg de eerste boerderijtjes zagen van 't dorp, dat ze gezocht hadden, sedert het eerste zonnelicht hun den weg wees. In het dorpje was 't al bedrijvigheid! Eenige uren voor hen waren er reeds vele vluchtelingen aangekomen, die in de huizen waren binnengehaald als gasten en, na een paar tassen koffie met brood gekregen te hebben, in de schuren der huizingen van uitputting en geleden ellende te slapen lagen.

2