is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met bekenden, die hen te nacht gemist hadden in den hoop. Tegen drieën nam een vrachtrijder hen op zijn huifkar mee naar tante.

* *

*

Bij tante Marie werden Door en zijn vrouw, d'r peetekind, met heftige gemoedsbeweging van meelij opgenomen. De beste kamer werd hun ingeruimd. In de kleine huizing van Bakker stond alles op stelten van wege de onverwachte gasten. De baas stak mee de handen uit, om 't hun naar den zin te maken en kroop tegen zijn gewoonte den avond op den hooizolder, waar hij met de oude houten wieg vandaan kwam. „Ze heeft er lange tien jaren gestaan" knipoogde hij tegen zijn vrouw. De jongens hadden Door, zijn vrouw en vooral Franske op een afstand zonder spreken met groote, verwonderde boerenoogen staan aankijken.

Schuchter kwamen ze op het nooden van Siska uit de donkerte van den haard te voorschijn; tot spreken waren ze vooreerst niet te brengen.

„Gij blijvet hier bij Tantes, zei Peer, „zoolang ze ullie wil hebben, mien is 't goed" en hij stopte zijn neuswarmertje, waarop ie 't mutsje duwde, toen de tabak vuur gevat had. Ze genoten een stevig avondmaal dien eersten dag van aankomste. Op den boer was 't vetter, dan in de stad, meende tante Marie, maar Siska had 't getroffen met den Door: een kindje en ze zag er heel schoon uit. Toen Door en Siska in hun slaapkamer kwamen, lag Franske reeds te sluimeren in zijn wiege; zijn kleine lichaam scheen wat onrustig en zijn wangetjes waren erg rood. Ze bleven nog eenige oogenblikken op een stoel zitten aan de tafel: ze hadden nog geen slaap wegens den laten dut. In hun kalme welgedaanheid door 't goede eten en het gastvrije onderdak raakte hun gevoel los.

„Hoe zou 't nu 't Antwerpen zijn?" vroeg den Door. „Ik