is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lukkig zijn met Paul, wat zou ze hem troosten, als hij z'n donkere dagen had, waarin het leven, als een looden last op hem woog, hij de toekomst niet aandurfde en bang terugdrong voor de gevolgen van al zijn daden, zelfs van zijn omgang met haar... Hoe zwaarmoedig woog hij dan wat de menschen wel zouden zeggen, als ze hem zagen met zoo'n jong mooi meisje, hem met zijn oud gezicht, die alleen pleizier had in boeken en altijd op zijn kamer of op bibliotheken zat te bladeren in oude dingen, zonder zich te bekommeren om eischen van gemeenschapsleven? Zouden zijn kennissen hem niet verdenken van gemeene bedoelingen, juist wijl hij nooit aanleiding gaf, om iets op zijn gedrag aan te merken? Veel sprak hij over haar eigen belangen; ze moest niet zooveel met hem omgaan, al hield ze ook veel van hem; later zou hij naar d'r toekomen, maar ze moest nu wijs zijn en geduldig wachten.

Had hij die stemmingen, dan zweeg ze stil; ze wist, dat hij plotseling weer moed zou krijgen na 't korte zwijgen, met hare hand in de zijne zeggen: „Lieveling, nu weet je wat 't verstand ons zegt, maar 't gevoel is sterker. Ik zei 't echter alles voor jouw geluk, dat immers mijn innigste beweegreden is in onzen omgang".

Met moeite nam ze eenige brieven uit het doosje, dat altijd op 't tafeltje bij haar bed stond en stil voor zich zelf, zei ze de versjes, die hij voor haar gemaakt had. Ze kende ze alle bijna van buiten!

Echt trotsch was ze op d'r jongen. Vroeger dacht ze, dat de treurige omstandigheden van haar familie oorzaak zouden zijn, dat misschien nooit iemand haar ten huwelijk vragen zou . . . maar nu meende ze dat niet meer. Paul vond haar heel bizonder mooi en dichtte haar allerlei heerlijke talenten toe, die ze nooit in haar wezen vermoed had. Ze voelde zijne bewondering, als eene weldadige warmte in haar jonge ziel.