is toegevoegd aan uw favorieten.

Langs de wegen der beproeving

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren dag beschouwde de dokter 't bleeke moedertje, 't schamele kindje, dat geen voedsel tot zich nam. Peters opgewekte bedrijvigheid deed hem het voorhoofd fronsen.

„Met Grietje gaat 't niet goed", zei hij kalm op 'n morgen.

Peter huiverde; in zijn zorgeloosheid had hij 't niet begrepen. Maar toen hij ging letten op haar tenger wezen en de bleekheid van haar gelaat en handen hem telkens opviel, kwam er een groote smart over hem. Zonder te durven vragen gaf hij den dokter de hand bij 't afscheid.

Hij poogde met haar te spreken telkens weer, maar uitputting verdofte haar geluid en met moeite en inspanning slechts kon ze zijn hand grijpen.

Dan kwamen de uren, dat ze geheel zonder spreken neerlag in het witte kussen en zonder beweging, zelfs als 't kindje schreide zijn langgerekte hongergeluidjes en 't oudste jongske mee te grienen aanving, hulpeloos alleen gelaten nu dagen achtereen. Peter begon te vermoeden en schrik klampte zich vast aan z'n wezen.

Geen slaap kwam hem verkwikken, als hij neerlag op een matras aan 't andere eind van 't woonvertrek. Telkens moest hij luisteren naar de trillingen van geluid, die uit de moede borst opstegen.

Op 'n morgen vond de dokter hem huilend neerzitten bij de tafel en begreep, dat hij zwijgen kon. Tegen den avond kwam het einde. De dokter bracht in z'n rijtuig d'n ouden dorpsgeestelijke mee, die te troosten poogde met hoopvolle woorden.

Peter leunde tegen de tafel, zijn blik onafgewend van de moeder en 't kindje, voor wier zielen de geestelijke afbad Gods genade en voor wie hij door vurige gebeden den weg ter zaligheid bereidde en de opening van 't Paradijs afsmeekte.

Toen de gebeden geeindigd waren, riep hij Peter en drukte de hand der stervende in de zijne.