is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

Eigen en vreemde taal.

Natuurlijk sprak elk zijn eigen moedertaal, de taal van zijn stam, van zijn volk. Daarin zong ook de blinde Bernlef, de oudstbekende zanger en dichter misschien in onze streken (i); in 't Friesch — naar 't verhaal gaat — van de ' kriten ' om Delfzijl, waar zijn woonplaats Holwerda lag (2).

Toch kenden sommigen ook de nabuurtalen; die de grenzen overtrokken, tot in verre streek mogelijk, vooral de handelslui, waren wel min of meer polyglotten.

Of deze zwerfhandeldrijvenden misschien geen handelstaal hadden, onderling (3) ? Ongetwijfeld hadden zij veel uitdrukkingen en woorden die overeenstemden. En internationale namen van produkten zijn uit hun kringtaal door de volken van Europa overgenomen (4); als blijkt uit hun algemeene verbreiding.

(1) VIIIe eeuw.

(2) Vgl. Diekamp, Vita S. Liudgeri (1881). Niet het Holwerd in Friesland, zooals vaak wordt aangenomen.

Aan 't geheele verhaal wordt tegenwoordig getwijfeld.

(3) Op soortgelijke in de XVI» eeuw zinspeelt min of meer Diferee, Geschiedenis van den Handel (1905), bh. 139. — Te vergelijken is — daar de handelaars zelf reisden — 't zoogenoemde matroze-engelsch van nu om de Noordzee.

(4) Met deze kringtalen rekent men niet genoeg nog. Ook in ouder tijd was er handel. Al in den brons-tijd!