is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit woord heeft zich over Nederland, en de omtrek verbreid : 't is ook meer een binnenvaartuig. Kogge daarentegen, als zéévaartuig, werd veel meer en verder weg bekend (i).

Koophandel en daarmee samengaande vaart te water en te land deden veel woorden en termen zich verspreiden (2).

Meer als één taal spraken, evenals nu nog, de zendelingen. Zoo liet de Angelsaks Bonifacius wel Friesch hooren toen hij « patria voce » (3) zijn volgelingen vermaande, voor zijn gewelddadigen dood, bij Dokkum.

't Was wèl een algemeen voorschrift dart « unusquisque sacerdos Evangelium Christi populo praedicet » (4); en meer in 't bijzonder « ut easdem homilias quisque transferre studeat in rusticam Romanam lin-

(1) Ook koffe(-schip) kan Friesch (Hollandsch) wezen, in de zin van een scheepstype met een woonhuisje, roef, — de oude schepen waren open. *t Model is een groote tjalk. — Nu kent men weer in Friesland « roefscheepjes » (20-30 ton).

Ook 't woord sjouwen zal van Frieschen oorsprong wezen, Taal en Letteren, I, blz. 247-250.

(2) Of Nederland een < Sprachcentrum » was, verg. nu H00PS, Waldbaume und Kulturpflanzen im Germanischen Altertum, S. 577.

(3) Zie mijn « Bijbellectuur in 't Fries » (1907), blz. 31 /- • bij vergelijking van verschillende plaatsen komt me voor dat « patria voce • de taal van 't land aanduidt waar men is, tegenover « materna lingua » (etc.), moedertaal! In het tegenwoordige Rituale Romanum, Supplementum archidioecesis Ultrajectensis, blz. 8, heet het : « nova interrogatio novaque responsio iteretur lingua vulgari seu patria »; — wat mijn meening kan bevestigen. Dit katholieke voorschrift in een Rituale Romanum zou vooral er op wijzen dat in elke streek, bij elk schrijver 't zelfde er mee aangeduid is. — In een hs. XV* eeuw (in de Bijdragen tot de Geschiedenis van het Bisdom Haarlem, XXIX (1905), staat « patria voce > (blz. 448), « patriis verbis » (blz. 423) als « landstaal >.

Leges patriae is het « einheimisches recht, das stammesrecht », volgens VON SCHWERIN in Savigny-Zeitschrift, XXXIII (1912)452 «.

(4) Capitularia Aqaisgrana. A° 801.