is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lingua latina >, zijn «lingua teutonica », het Friesch verachtte (i); en hoe Frederik van Hallem in Mariengaarde, noord van Leeuwarden, op zijn sterfbed een Latijn sprak waarover de omstanders riepen (2).

Was 't zoo in Friesland en Groningen, ook in het verwante Engeland — en waar niet? sprak men Latijn, minstens als d'eigen taal (3).

De Duitscher Berthold (XIII6 eeuw) acht « latin diu edelste da von daz sie diu schoenste ist » (4).

En « hoe hooger de opvoeding werd opgevoerd, des te hooger de volmaaktheid in de taal van de geleerden, des te verder de verwijdering van de moedertaal. » Wie het toppunt had bereikt, gebruikte de algemeen aangenomen taal, kende nauwelijks meer de taal van zijn landstreek; kon die althans niet op schrift brengen; beschouwde die vaak als « kombuis-taal ».

(1) Vgl. Emo et Menco, Chronicon, blz. 151, 165.

(2) wljbrants, Gesta Abbatum 0''t: S. Marie, blz. 5:>■

(3) Beda, Historia Ecclesiastica, IV, 2; V, 23. Hij noemt er ook Grieksch bij.

(4) Sitzungsberichten der Kon. Bayrischen Akademte, 1867,11, 3/bDit zegt hij: « Hebrêisch ist da von diu edelste (sprache) daz si diu erste ist under allen sprachen. Só ist kriechisch da von der edelsten einm... daz s.e tief ist an dem sinne. Só ist latin diu edelste da von daz s.e dm schoenste

ist. > Berthold (ed. Pfeiffer, I, 496)-

Vgl. : « (Si) waenden timmeren tot inden hemel. Doen en vvouaes Godt niet langer gheóooghen, hij en confusedese inder tale. Al aer a soe quamen LXXXI tonghen. Xe voeren en was niet dan, een tong e, ende die was Hebreeus 1 » Uit een hs. XVI» eeuw, ed. in Nederlandsch Archief v. Kerkgeschiedenis, VII (i9°9)> 221-