is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog kan deze gelijkstelling' (i) van ' grendel' en de ' slang ' blijken uit een plaats in den Delftschen Bijbel van 1477, daar wordt —Jesaia 27, 1 — het «Leviathan serpentem vectem > vertaald met « Leviathan dat serpent den grendel (2).

Brengt deze combinatie misschien op 't spoor van 't boek waaruit de glosse « ibex grindel 1 slanghe » genomen was?

Ook Leviathan (3) wordt vaker in glossaria weergegeven met ' dufel ' (bij Diefenbach, Glossarium Lati7io Germanicum, n° 8^); ' duvel ' (n° 23); en in Latijnsche glossaria geexpliceerd met « ,i. sathan demon ».

Ook van ' Vectis ' geeft de Breviloquus van 1487 de mededeeling : « metaphorice diabolus ».

En speciaal schijnt « Leviathan duyvel der hoverdyen », zooals in 't Spel van Sinle Trudo (4) aangegeven staat.

Wekt ook de slang niet den hoogmoed op van den mensch in 't paradijs? En is zoo dus gelijkstelling met Leviathan : grendel te verklaren? Of ligt het in de beteekenis van 't woord Leviathan, als « sich windende »? — ik moet er bijvoegen dat de verklaarder daar laat volgen : « sofern damit ein wirkliches Tier,

(1) Daarom is ook niet noodig aan * slanghe ' de beteekenis van waterslang te geven, in verband met 4 grendel \ De slaüg is bij Semitische volken het daemonische dier bij uitnemendheid, vgl. Hauck, Theolo~ gische Real Encyclopedie, V, 11.

(2) Aangehaald door Verdam, Mnl. JVJb.% t. a. p. De Statenvertaling heeft : « den Leviathan de langwemelende... de kromme slomme slang »; slom = gekronkeld. Vgl. Verdam, Middelneaerl. IVdb. i. v. — Hondius, Moufeschans (1621), 433, 500. — oudemans, Bijdrage tot een Middel- en Oud-Nederlandsch Wab., i. v.

(3) Leviathan wordt behalve in Jes. 27, 1, ook genoemd in Joby 40, 20, en Ps. 74, 14.

(4) Vs. 17 opschrift, ed. Kalff, naar een Luiksch handschrift in Trou ?noet blycken (Groningen 1889), blz. 83.