is toegevoegd aan uw favorieten.

Oude glossen en hun beteekenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Galli, uit de VIII6 eeuw (i). « Nach seinem Inhalt ist er einer der vielseitigsten, von sammtlichen umspannt er den weitesten Gesichtskreis trotz seiner komprimirten Gestalt : der Mensch in seinen bürgerlichen Stellungen und Beziehungen, mit seinen sittlichen und psychischen Eigenschaften, Himmel, Luft, Zeit, Erde mit den Wohnungen und Feldern der Menschen, Baum und Berge, Meer und Flüsse, Thiere und Vogel werden in raschem Gang auf weinig Seiten an uns vorübergeführt. »

Uit de XIIe eeuw is bewaard het Summarium Heinrici, in elf boeken, die grootendeels later tot zes zijn omgewerkt (2); ook een « vocabularium rerum ».

't Aantal variante Germaansche glossen die men bij dit werk aantreft, wijst er op dat het sterk verspreid was over Duitschland; — en ook over Nederland? — Vele codices zijn er van over.

De indeeling is anders als in den Vocabularius S. Galli.

Het latere Summarium Heinrici (3) in zes boeken heeft de volgende inhoud.

Boek I. 1. De cognatione et affinitate,

2. » homine et eius membris,

3. » aetate hominis,

(1) Steinmeyer-Sievers, Althochdeutsche Glossen, III (1895), i ; beschrijving van het handschrift, XV (1898), 459 ï de Angelsaksische glossen bij Leviticus in dit hs. bij Steinmeyf.r-Sievers, V, 460. — Zie vooral Henning, Ueber die S* Galler Sprachdcnkmdlcr (1874). — Soms zijn gedeelten weggelaten, zoo in dezen Voc. S. Galli b. v. de « Index impudicus » die meest afzonderlijk wordt gerubriceerd. Daarin worden de lichaamsdeelen opgenoemd beneden de schouders; vgl. Henning, a. w. blz. 36. — Steinmeyer-Sievers, Althochdeutsche Glossen, III, 19.

(2) Steinmeyer-Sievers, Althochdeutsche Glossen, III (1895), 5® (: Ursprungl. Fassung), 176 (: anordnung in VI libr.l, 219 (: lib. XI), vooral 701, 708.

(3) Steinmeyer-Sievers, Althochdeutsche Glossen, III, 176.