is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichters uit Zuid-Afrika

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat alleen de Afrikaanse taalvorm de drager kon worden van 'n nationale literatuur.

Naarmate dit inzicht verbreid werd, mede door de krachtige steun in woord en geschrift van nieuwsgestichte Taaiverenigingen in Kaapland, Vrijstaat en Transvaal, kwam ook het sluimerend kunsttalent overal tot ontwaking en werd onwillekeurig de moedertaal aangegrepen om uiting te geven aan de smart van 't diep-geschokte gemoed, aan de toekomstverwachtingen van de hoop.

Reeds hadden, kort na de oorlog, enkele verzen van Eügène Marais, Joubert Reitz e.a de aandacht getrokken, maar eerst door de verschijning van ,,X)ie Vlakte van Jan Celliers in de Volkstem, 1906 (herdrukt in „GrootNederland", 1907), werd 'n welsprekend pleidooi geleverd ten gunste van 't Afrikaans als uitingsmiddel voor de kunstenaar. Dit gedicht - „de vertolking van de stomme spraak van 't Afrikaanse veld" - meer geroemd om z'n techniese hoedanigheden als anderszins, is de voorlooper geweest van 'n hele reeks, en als zodanig van historiese betekenis gewordenx). Weldra verscheen zijn eerste bundel „Die Vlakte en andere gedigte" (1908, 4e verm. dr. 1917), bij tussenpozen gevolgd door „Die Revier" (1909) „Liefde en Plig" - 'n drama (1909: Ned Bibl.), „Unie-Kantate" (1910), „Martjie" - 'n idylle (1911, 2e dr, 1916). Eerstdaags verschijnt van hem 'n tweede bundel verzamelde gedichten 3). Daarbij heeft hij in „Die Brandwag" tal van artikelen en studies geleverd over allerlei onderwerpen.

Aangespoord door Celliers z'n bedrijvigheid, kwamen spoedig meerdere jongere dichters met afzonderlike bundels te voorschijn, waaronder Totius met „Bij die Monument

•) Kenmerkend voor Celliers z'n bescheidenheid is het feit dat dit gedicht, geschreven tussen de Zwitserse bergen, 'n jaar lang onder zijn papieren is blijven liggen totdat Mevrouw hem zover kon krijgen het aan 'n vriend voor te lezen.

"Ook Leifoldt heeft eerst op aandrang van 'n vriend zijn verzen doen verschijnen.

5) „Die Saaier e.a. nuwe gedigte", 1918 verschenen.