is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichters uit Zuid-Afrika

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOTIUS (Dr. J. D. du TOIT).

die lied van die ossewa.

Er is het geklap der zweep, en het geluid van het bulderen der raderen. Nah. 3: 2.

Hoor hoe siDg ik mijn lied als die osse so stap

langs die wijd-ope veld, waar die voorslagpunt klap,

waar 'n wonder van stilte mij alkant omsweef

als ik rustloos-alleen langs mijn grootpad blij streef;

ja, daar vér in die veld, daar word ik gehoor,

waar geen straatklank mijn klinkende stem kom verstoor;

en ik sing met geweldige klem mijn geluid

oor die luistrende vlak van die graslaagtes uit.

Op mijn lied was die bruigom so wonderlik trots als mijn wiele wegrammel oor kliprug en rots;

als die seekoeivel-sweep, wat die rooispan bestrijk,

in sijn hande verrijs om na vore te kijk;

of straks skielik weer daal, op mijn welvaart bedag, om die veld te deurdreun met 'n knallende slag,

waar die osse van beef en mijn wiele van raas,

wijl die bruigom meteen op die kettmgtouw blaas.

Onse drieklank, verenig in innige band,

was die skone gesang in die trekker se land,

toen ons saam het getrek, die land in gesig,

waar ik, trouwe gesél, hom sijn taak sou verlig.