is toegevoegd aan uw favorieten.

Dichters uit Zuid-Afrika

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sijn strale deurboor met huig'lende gloor

die bos sijn ontwakende lower.

Hij werp op die wei een vals skijnsel van sij, en wil met sijn lonke betower.

OP DIE LAËRS AANSWERWENDE SOELOE HORDES*) Lang

soos een slang op sijn kronk'lende gang lê Toegela en wag op die koms van die dag.

Teën sijn oewers slaat hij op onrustige maat,

met een voorgevoel van onweerstaanbare kwaad.

Want wijd

en vér in die duister verspreid,

dool sluipende hordes om en om,

een hijgend-voortduwende, dreigende drom

van ontsenuwende lis en onrus,

van onmenselike graagte en lus.

*) In de voorgaande gedichten wordt op de volgende feiten gezinspeeld: Pikt Retief, de grote emigranten-leider had van Dingaan grond verkregen in Natal, aan de voet van de Drakensbergen, waarheen de Trekkers zich reeds begeven hadden; maar werd in de hoofdstad van de Zoeloe-koning met nog 'n zestigtal Boeren verraderlik doodgeslagen, nadat de akte van afstand getekend was. Daarop het Dingaan door zijn benden onverhoeds verscheidene onbewaakte Boerelagers aanvallen en uitmoorden.