Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meld wordt, is de Tjeritera binatang tiga ekor ontleend aan de Hikajat Bahram Sjah, waarvan eene uitgave m lithographie in voorbereiding is. De Tjeritera Sjech Makboel nam Br. Ph. S. van Ronkel in zijne Maleische Verhalen (N". 10) en de heer H. G. Klinkert in zijne Bloemlezing (blz. 191) op-, het scheen mij interessant toe ter vergelijking dat verhaal in eene andere, in velerlei opzicht zeer afwijkende redactie te geven.

Aan poëtische voortbrengselen gaf ik in dit werk, dat toch in hoofdzaak voor beginners bestemd is, geene plaats; degenen die daarmede willen kennis maken en het Maleische schrift niet machtig zijn, kunnen van hunne gading vinden in Klinkerts bovengenoemde Bloemlezing, in Br. A. A. Fokker's Maleisch Leesboek, in C. Spat's Maleische Taal, tweede stuk, enz.

Uit de Sedjarah Melajoe e. d. nam ik niets op, voornamelijk wel omdat van die werken volledige edities < Klinkert, Shellabear, enz.) bestaan, dit in ieders bereik zijn. Voor hen, die dit leesboek hebben bestudeerd en zich vertrouwd hebben gemaakt met het Maleisch-Arabisch letterschrift, zal het lezen der z.g. klassieken weinig moeilijkheden opleveren: de weinige veranderingen, die o.a. blijkens de Sedjarah Melajoe de litteraire taal in ruim drie eeuwen heeft ondergaan; de buitengewone vastheid in uitdrukkingswijze en uitdrukkingsvorm, in taal en stijl, die, al is ze uit de samenwerking van allerlei factoren te verklaren, niettemin merkwaardig blijft, — kunnen bezwaarlijk bij den lezer den indruk wekken, dat hij met letterkundige producten van zulk een ouden datum te doen heeft.

Met het gesproken Maleisch kan men in enkele der opgenomen stukken kennis maken. Toch zou eene verzameling van echtMaleische, door Maleiers opgeschreven samenspraken - ik bedoel hiermede niets onvriendelijks ten opzichte der door Europeanen vervaardigde samenspraken — van veel nut kunnen wezen als hulpmiddel bij de beoefening der spreektaal; voor hen , die zich daarop willen toeleggen, is uit de door H. von de Wall uitgegevene Tjakap-tjakap Rampai-rampai nog steeds veel te

leeren

Leiden, 23 Maart 1912. VAN OPHUIJSEN.

Sluiten