Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„vijf en twintig afgerond cijfer der uitgestrektheid „in bouws van 500 vierkante Rijnlandsche roeden".

Indien alzoo, om de bedoeling door een voorbeeld te doen uitkomen, de uitgestrektheid van den aanplant in genoemde jaren respectievelijk 760, 680 en 720 bouws heeft bedragen, wordt het maximum voor de betrokken onderneming vastgesteld op 775 bouws.

Werd in het jaar 1900 een aanplant van 840 bouws in den grond gebracht, in de beide voorgaande jaren een van 750 en 800, 200 wordt het maximum voor den jaarlijkschen bruto-aanplant op 850 bouws bepaald.

Dat de bovenstaande oplossing niet zonder bedenking was, ontging der Regeering niet.

Bij de neiging tot uitbreiding, die in de laatste jaren bij de suikerindustrie zich had ontwikkeld, kon toch gereedelijk worden aangenomen dat de aanplant van het jaar der vaststelling van de ordonnantie, en nog meer de inhuring voor het jaar 1900, voor meer dan één fabriek reeds eene grootere uitgestrektheid zou hebben, dan met de belangen der Inlandsche bevolking overeen te brengen was.

De keus van een passend stelsel, eenerzijds de bedoeling der regeling zooveel mogelijk tot haar recht doende komen, anderzijds de particuliere nijverheid niet meer dan hoogst noodig in hare operatiën stuitend, was echter een moeilijk vraagstuk.

Van sommige zijden werd daartoe het denkbeeld bepleit, om als maatstaf van berekening der te stellen maxima aan te nemen: de gemiddelde uitgestrektheid van den aanplant der laatste drie jaren, terwijl door anderen de bepaling van dat maximum werd aanbevolen naar den maatstaf van: den grootsten brutoaanplant der laatste drie kalenderjaren voorafgaande aan dat, waarin de ordonnantie zou worden vastgesteld.

Blijkbaar was daarbij echter voorbij gezien, dat door beide stelsels aan de particuliere nijverheid groote schade berokkend had kunnen worden.

Sluiten