Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immers, voor menige onderneming zou de aanplant van het jaar der vaststelling van de ordonnantie reeds eene grootere uitgestrektheid hebben dan die van het voorgaand drietal jaren en voor het cultuurjaar 1900/1901 nog meer zijn ingehuurd.

Indien nu een fabriek gerekend had op honderd, twee honderd bouws aanplant meer en daarop ingericht was geworden of het kapitaal daarvoor was vastgelegd, zou het ongetwijfeld weinig instemming gevonden hebben haar plotseling voor het feit te stellen, van die uitbreiding te moeten afzien.

Nu moge het niet te weerspreken zijn, dat in vraagstukken van sociaal-politieken aard, als het onderwerpelijke, het algemeen belang in zoover den doorslag behoort te geven, dat de invoering van uit dien hoofde onmisbaar geoordeelde maatregelen niet ter wille van de belangen van enkele individuën mag worden nagelaten, toch viel het evenmin te ontkennen, dat elke oplossing, welke voor de betrokken personen de scherpe kanten der regeling kon wegnemen, zonder principieel haar te zeer te schaden, aanbeveling verdiende.

Zoodanige oplossing nu, waarbij, zonder het nadeel dat daardoor aan de nuttige werking der ordonnantie in overwegende mate afbreuk zou worden toegebracht, aan de rechtmatige bedenkingen der industrieeleu niettemin in groote mate, zoo niet geheel, tegemoet zou worden gekomen, scheen in de hiervoren toegelichte, sedert wettelijk vastgestelde wijze van bepaling der maxima voor den fabrieksaanplant gevonden te kunnen worden.

Bovendien zou daardoor ongetwijfeld aan de bestuursambtenaren veel werk worden bespaard, daar het wel te voorzien was, dat, bij toepassing van een der beide andere aanbevolen oplossingen, tal van ondernemingen al aanstonds zouden beginnen met de indiening van requesten tot verhooging van het aldus berekend maximum.

Sluiten