Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1899, blijkens vóór of op 26 September van dat jaar geregistreerde huurakten, ten behoeve van den aanplant in volgende jaren — men denke hierbij inzonderheid aan meerjarige contracten — hebben ingehuurd eene uitgestrektheid grond van zegge 1000 bouws.

Slaagt hij er, om welke reden dan ook, niet in meer dan 800 bouws in 1900 met maalriet te beplanten en is dit de grootste aanplant, dien de onderneming heeft aangelegd in het bij het eerste lid van artikel 2 der ordonnantie aangeduid driejarig tijdvak, zoodat het voor die onderneming geldend maximum voor den jaarlijkschen bruto-aanplant bepaald wordt op 800 bouws, dan zou, zonder de Overgangsbepaling, de inhuring van de meerdere uitgestrektheid ad 200 bouws door de invoering dier ordonnantie waardeloos kunnen worden, indien geene aanleiding werd gevonden om, overeenkomstig het vierde lid van artikel 2, vergunning te verleenen tot uitbreiding van den aanplant boven het vastgesteld maximum.

Dat gevolg behoeft thans niet geducht te worden; de ondernemer behoudt het recht om de bedoelde 200 bouws, zonder nadere vergunning, te beplanten zoolang zijne evenbedoelde geregistreerde huurakten hem daartoe de bevoegdheid geven.

Toelichting»

0

Sluiten