Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. niet, binnen één jaar na de dagteekening der vergunning, een ernstig begin met de uitvoering is gemaakt;

b. niet of niet voldoende een of meer der voorwaarden worden nageleefd, waaronder de vergunning is verleend;

c. de exploitatie definitief is gestaakt.

(2) De sub a der vorige alinea gestelde termijn kan door den Directeur van Binnenlandsch Bestuur 0) worden verlengd.

(3) Het bepaalde in de eerste alinea sub b geldt mede voor de vergunningen, bedoeld in artikel 2.

Artikel 4a (2).

Ingeval van weigering eener aangevraagde — dan wel intrekking of wijziging eener verleende vergunning, zal de belanghebbende binnen drie maanden eene nadere beslissing van den Gouverneur-Generaal kunnen inroepen.

Artikel 4 b (3).

De Gouverneur-Generaal regelt de uitvoering van het bepaalde bij de artikelen 1, 2 en 3 en geeft overigens, met inachtneming zooveel mogelijk van den in de eerste alinea van artikel 2 vermelden regel, de noodige voorschriften tot toepassing van dien regel op ondernemingen, welker exploitatie bij of na de inwerkingtreding dezer ordonnantie met die van één of meer naburige ondernemingen vereenigd of tijdelijk gestaakt mocht zijn.

Artikel 5.

De Gouverneur-Generaal is bevoegd:

a. in het belang van de irrigatie ten behoeve van den landbouw der Inlandsche bevolking, terreinen of streken aan te wijzen, die voor de suiker- of indigo-industrie dan wel voor eenigen anderen tak van landbouwnijverheid gesloten zullen zijn;

b. de bepalingen dezer ordonnantie geheel of gedeeltelijk, hetzij voor een of meer gewesten, hetzij voor een gedeelte daarvan, toepasselijk te verklaren op andere dan de in artikel 1 bedoelde landbouwonder-

(') Zie noot (1) Blz. 87.

(') Ingelascht bij de ordonnantie van 22 Februari 1905 (Staatsblad n°. 148). (3) idem idein 11 Januari 1911 (Staatsblad n°. 85).

Sluiten