Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage YII.

A.

Art. 3 van het Gouvernementsbesluit van 10 September 1895 n°. 8 (Bijblad n°. 5081), zooals dat artikel is gewijzigd en aangevuld bij de Gouvernementsbesluiten van 29 October 1899 n°. 11 (Bijblad n°. 5439) en 8 Maart 1905 n°. 43 (Bijblad n°. 6185).

Ten derde: Met intrekking van artikel 2 van bet besluit van 20 October 1881 n°. 2 (Bbl. n°. 3790) te bepalen als volgt:

(1) Vergunningen tot bet gebruik van water voor huishoudelijke doeleinden, voor bevloeiing of tot beweegkracht of andere industrieele doeleinden uit stroomen, rivieren, bronnen, beken, meren, kanalen en waterleidingen, welke den Staat hetzij als openbaar, hetzij als privaat domein toebehooren, worden, zoo noodig in verband met de artikelen 629 en 630 van het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch-Indië, op aanvraag en na plaatselijk onderzoek door eene commissie, zoo tegen de vergunning geene bedenkingen blijken te bestaan, door den Directeur der Burgerlijke Openbare Werken, ten behoeve van grondeigenaren, opstalhouders, erfpachters en particuliere ondernemers, tot wederopzeggens verleend, onder zoodanige algemeene voorwaarden als door den Gouverneur-Generaal zijn of zullen worden aangegeven en onder zoodanige bijzondere voorwaarden als voornoemde Departementschef, in elk bijzonder geval, na raadpleging van het betrokken Hoofd van gewestelijk bestuur en in overeenstemming met den Directeur van Binnenlandsch Bestuur noodig zal oordeelen.

(2) Kunnen de Directeuren der Burgerlijke Openbare Werken en van Binnenlandsch Bestuur, in de gevallen waarin zulks vereischt wordt, omtrent de te stellen bijzondere voorwaarden niet tot overeenstemming geraken, dan wordt de beslissing ingeroepen van den Gouverneur-Generaal, welke beslissing mede vereischt wordt indien tegen het verleenen van de vergunning bezwaren zijn aangevoerd of

Sluiten