Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indische Europeanen

door mr. J. H. Carpentier Alting.

Honderd jaar geleden en nu ... . het zou zeker het meest aangewezen zijn indien, bij de behandeling van het vraagstuk waarover ik, met instemming van de redactie, in dit nummer van het Indologenblad iets wil zeggen, die beide tijdstippen met elkander konden worden vergeleken

Dit volledig te doen is intusschen niet wel mogelijk. De geschiedenis der maatschappelijke verschijnselen rekent niet precies met de jaren van den kalender.

Bovendien staan ons, vergis ik mij niet, juiste en volledige gegevens omtrent hetgeen te dezen aanzien was voor honderd jaar niet ten dienste, al kan daaromtrent wel iets worden gezegd.

Mogen wij J. A. WilkeiNs gelooven, den schrijver van eene brochure die in 1847 en daaromtrent nogal de aandacht trok, welke brochure ten titel voerde ..Het Jnlandsche Kind' — en hij bedoelde daarmede de gemengd-bloedige Europeanen in Indië — dan

moet de maatschappelijke positie van die volksklasse I op het eind der 18e. in het bet'in der 19e eeuw

heel goed zijn geweest, maar zou er sedert verandering ten kwade zijn gekomen.

Mogelijk zag hij, gelijk gewoonlijk geschiedt, het verleden in een wat te rooskleurig licht - de ,,goede oude tijd vond toen hij leefde gemeenlijk meer bewonderaars dan nu —; veel is het dan ook niet wat hij tot staving van zijne bewering aanvoert. Voornamelijk beperkt zich dat tot de vermelding van vrij veel namen van „Indo's" die in het begin der vorige eeuw in Indië belangrijke posten bekleedden en onder de notabele ingezetenen van den lande behoorden. Maar de vraag rijst of dit in zijn eigen tijd wel anders zal zijn geweest; noemt hij zichzelf niet ook als een „Indo", maar die door eigen kracht en hulp van welwillende vrienden hooger in de wereld gekomen is en zou hij de eenige zijn ge-

vveesr r

Maar, klaagt hij tevens, sedert dien goeden ouden tijd is er verandering gekomen; voornamelijk het gebrek aan goed onderwijs dat in Indië verkregen kon worden, had den Indo in minder gunstige positie verplaatst; het aantal uit Europa gekomen Europeanen was belangrijk gestegen; de regeering ging haar ambtenaren betrekken uit de leerlingen der Delftsche academie en het inlandsche kind was nu eenmaal niet in staat derwaarts te gaan om onderwijs te ontvangen ; reden te over dus om de positie van het

mianascne Kind van om en bij 1850 beklagenswaard te achten.

Voor die klacht moet hij wel tot zekere hoogte grond hebben gehad. Wij weten het maar al te goed hoe schromelijk in de eerste decennia na het herstel van ons gezag de plicht om voor onderwijs te zorgen ook voor het Europeesche volksdeel in Indië is verwaarloosd. Wel kwam in 1816 Reinward. in 't gevolg van Commissarissen-generaal in Indië, om onder vele andere dingen ook de belangen van het onderwijs aldaar te behartigen — en daarvoor was

j grond: er werd destijds van Gouvernementswege (generlei onderwijs aan Europeanen gegeven — maar hoe weinig heeft hij knnnen doen gedurende de zes jaar die hij in Indië doorbracht en waar zooveel andere arbeid van hem gevergd werd 1 Den 6en

j| iMovemDer lolo werd de eerste Gouvernements Europeesche school te Batavia geopend, eenige andere volgden. In 1819 komt er zelfs een „algemeene orde voor de scholen van middelbaar onderwijs", maar die scholen zouden bij vergelijking met de u. 1 o. scholen van thans het ongetwijfeld moeten afleggen. Trouwens het openbaar onderwijs was nog geen „voorwerp van de aanhoudende zorg" der regeering; s lands kas sprong zelfs, volgens het regeerings reglement van 1827, in de kosten van het onderwijs eerst bij als de bijzondere schoolfondsen ontbraken.

Vergelijk daarmede wat er alzoo onder het bewind j der O. I. C. was gebeurd in de 18e eeuw. Had van Imhoff niet een Académie de marine gesticht met „cadetten ', en een Seminarium theologicum; had Siberg niet later te Semarang een artillerie- en marineschool gesticht, welke, daar „meerdere extensie" noodig werd geoordeeld, door Altinc in 1785 belangrijk werd uitgebreid; had df. Klerk niet in 1777 voor Indische jongelieden een gelegenheid geopend om tot chirurgijn te worden opgeleid, en zou meer?

tls waar dat het wel meest het belang der Compagnie zal geweest zijn dat tot die maatregelen aanleiding gaf men had mannen noodig voor den dienst meer dan toen Holland aanvoerde — maar toch: uit veel bleek dat men den Indo niet te laag achtte om den lande in menige betrekking te dienen en dat scheen, volgens Wilkens, in midden der 19e eeuw wel het geval. Laat ik er al dadelijk iets bijvoegen: het is ook waar dat al die maatregelen, die ik zooeven noemde, weinig doel hadden getroffen, dat Mossel bijv. reeds zich genoodzaakt zag van Imhoff's stichtingen te sluiten wegens gebrek aan leerlingen, ook al was bijv. aan het seminarie de premie verbonden naar Europa te worden gezonden ter verdere bekwaming voor den heiligen dienst.

Het was niet enkel gebrek aan regeeringszorg, het was ook vermoedelijk voor een groot deel de indolentie van de Indische Europeanen die bewerkte dat zij niet rezen boven het peil waarop zij eenmaal gedaald waren; wie zal ontkennen dat, vroeger waarschijnlijk als nu, gebrek aan initiatief, gebrek aan stuwkracht een eigenschap wordt van geslachten die in opvolgende generaties blijven in tropische gewesten ?

Maar: had Wilkens gelijk toen hij schreef over den

toestand op maatschappelijk gebied van het »inlandsche kind«? Is de tegenstelling die in de Europeesche samenleving in Indië te zien is geweest en nog is, wel ooit geweest, is ze nog een van donkere en blanke gekleurdheid? Doet de afstamming uit gemengden bloede iets toe of af? Hebben wij recht tegenover elkander te stellen den »Indo« en den »Europeaan« als waren het menschen van verschillend ras?

Dit is beweerd, getuige de aangehaalde brochure, wordt nog wel beweerd, ook o.a. in een artikel dat

Sluiten