Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn zoo lang geleden dat niemand kan zeggen wanneer, en die alle zoo eindigen dat de verjaagde of gevangen wettige vorst per slot van rekening zijn rijk terugkrijgt. In de werkelijkheid zullen die vertellers een zóó buitensporig altruïsme wel nooit hebben bijgewoond of in de heusche geschiedenis vermeld hebben gevonden. Maar voor den geest van het Buddhisme is dat ideaal en zijn die legenden kenschetsend. Op het Balkanschiereiland, waar zooveel rassen en godsdiensten elkaar het licht in de oogen niet gunnen, zou een bijmengsel van zulk Buddhisme geen kwaad kunnen.

J. S. Speyer.

Het Genootschap van Waterloo te Batavia,

»Op den 19en Februari 1826 heeft alhier ten gevolge der door Zijne Excellentie den Burggraaf Du j Bus de Gisignies, Gouverneur der Provence ZuidBrabant, Kommissaris-Generaal Zijner Majesteit in de Nederlandsch Oost-Indische Bezittingen gedane uitnoodiging, aan Hoogstdeszclfs Hotel, de vereeniging plaats gevonden van de meest aanzienlijke, zoo mili- j taire als civiele personen dezer Residentie, aan dewelke Zijne Excellentie in Hare hoedanigheid van j Voorzitter van het Genootschap van Waterloo te | Brussel, heeft medégedeeld, het aan Hoogst den Zeiven door het Bestuur van dat Genootschap gedaan verzoek, en de daaraan door 's Genootschaps Beschermer, Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Frederik ! der Nederlanden gegevene sanctie en gemanifesteerd verlangen, om ook in deze Bezittingen een tak van hetzelve Genootschap, verbonden aan dat te Brussel, dewelke dezelfde reglementen en instellingen, zoo ; veel noodig gewijzigd naar plaatselijke omstandigheden, ten grondslag zoude hebben, op te rigten en te bevestigen.

De voormelde personen met alle belangstelling en geestdrift gezamenlijk toegetreden zijnde, tot het dooiden Burggraaf Du Bus de Gisignies gedaan verzoek, om den eersten grondslag hier te lande te helpen uitmaken, van eene nationale instelling, de strekking hebbende om den behaalden roem en de bevestiging van het politiek bestaan van ons dierbaar Vaderland in de glorierijke dagen van den 15en tot den 18en Juni 1815, zoomede de nagedachtenis aan de dierbare schimmen der dappere verdedigers onzer onafhankelijkheid en de velden van Waterloo te vereeuwigen, zoo is dientengevolge door welmelde Zijne Excellentie verklaard geworden het medewerkend Genootschap van Waterloo te Batavia provisioneel te zijn gevestigd en geconstitueerd, en zijn door Hoogstdenzelve als Voorzitter, mitsdien als werkende leden van hetzelve geproclameerd geworden, de navolgende Heeren: Z. E. de Luitenant-Generaal, LuitenantGouverneur H. M. de Koek, wd. Gouverneur-Generaal.

P. T. Chassé, Raad van Indie

Mr. II. J. van de Graaf, Raad van Indie . enz. enz. enz. (volgt een lange lijst van hooge ambte- j

naren, officieren, geestelijken, en wat men hier noemt «kopstukken uit den handel«).

Zoo kwam volgens de Bataviasche Courant van 22

Februari 1826 te Batavia tot stand een tak van het Genootschap van Waterloo, dat zijn »zitplaats» te Brussel had, en waarvan te Batavia als voorzitter optrad de Burggraaf Du Bus, terwijl op uitnoodiging van Z. E. den Voorzitter, het ondervoorzitterschap »gracieuselijk« aanvaard werd door Z. E. den Luitenant-Gouverneur H. M. de Kock.

Alvorens de lotgevallen van het illustere Genootschap te Batavia verder te schetsen, zal het noodig zijn met een enkel woord mededeeling te doen van het bestaan van de Moeder-vereeniging te Brussel, waaraan het doel in het reglement op de volgende wijze werd beschreven: »Het inzigt van het Genootschap is, het aandenken aan de glorierijke dagen van 16 tot en met 18 Juni 1815 te vereeuwigen; jaarlijks eene stichtelijke karavane naar de verlden van Waterloo te doen; een begrafenisbezoek bij de schimmen van onze brave verdedigers af te leggen en antirevolutionaire beginselen, dat is, liefde voor ons schoon vaderland en gehechtheid aan den Koning te verbreiden.»

Patriot als hij was, wenschte Du Bus ook in de koloniën een dgl. vereeniging te stichten, waartoe hij de instemming verzocht van 's Genootschaps Beschermer Prins Frederik, die in een zeer vleiend schrijven ant¬

woordde, dat ook Hij »den oprechten wensch te kennen gaf, dat het Genootschap zich uitstrekke en ook bloeye in de Oost-Indische Bezittingen van dit Koningrijk, waar men voorgenomen heeft een tak te vestigen, hetgeen dan ook zeker niet kan ontbreken te gelukken, aangezien het wordt opgerigt onder dadelijke aanvoering van den waardigen Voorzitter van het Genootschap zelven.«

Du Bus liet er geen gras over groeien en hierboven staat te lezen, hoe het Genootschap ie Batavia tot stand kwam, hebbende hetzelfde «inzigt» als dat te Brussel, slechts waar noodig gewijzigd in verband met de plaatselijke omstandigheden.

Jaarlijks vierde het Genootschap zijn groot feest, en wel op den len Maandag, die na den 18en Juni zou invallen. Het feest zou bestaan in het doen van een Mis van dankzegging, gevolgd van de Libera, in de kerk van Waterloo of eene andere plaats, in de nabijheid van het slagveld, die aan den RoomschKatholieken Godsdienst is toegewijd. De wijze der reis, de kerkplechtigheden bij den dienst, benevens al het overige betrekkelijk het feest, wordt aan het bescheiden goeddunken van den raad overgelaten».

Met veel geestdrift werd het plan van Du Bus te Batavia ontvangen tenminste zoo lezen we. Dat er echter waren, die het op zijn minst uitgedrukt wat onnoozele van een dgl. vereeniging in Indië inzagen blijkt uit een brief van den toenmaligen Resident van Semarang Gomes, die ironisch schreef: »Ik heb in de courant van Woensdag gelezen, dat de Burggraaf eene groote benoeming gedaan heeft, van leden van het Genootschap van Brussel. Dit geheel nieuwe genootschap, zal de gemoederen te Batavia, die gaarne nieuws hooien, wel occuperen, te meer daar tegen

Sluiten