Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot den Roomsch-Katholieken godsdienst behoorende.« De tempel was op eene doelmatige en zeer gepaste wijze behangen met draperieën, wapenen (!) en zinnebeelden. Allen gezeten zijnde, nam de Heilige dienst een aanvang «onder het geluid eener keurige muziek*, en hield de Leeraar der Gemeente een i edevoering met tot onderwerp »de wonderbare verlossing van het Joodsche volk door de hand van Judith«, in verband gebracht met de bevrijding der Nederlanden van de Fransche overheersching.

Na afloop der plechtigheid keerde men naar het Hotel van Zijne Excellentie terug.

Wel teekenend is, dat tegelijkertijd een tweede karavaan, bestaande uit de leden van het Genootschap, tot de Protestantsche gezindheid behoorende, «voorafgegaan van de twee boden en Ceremoniemeesters en aan het hoofd hebbende den heer Ondervoorzitter, met hunne rijtuigen in langzamen maar deftigen trein, naar het Kerkgebouw der Hervormde Gemeente trokken en daar getweeën den tempel binnentraden«. Voorwaar een treffend staaltje van eendracht in een en dezelfde vereeniging!

Ook in de Protestantsche kerk muziek en gebed, met tot tekst vers 3 psalm 126: De Heer heeft groote dingen bij ons gedaan, dies zijn wij verblijd

In de preek komen 3 merkwaardige punten voor:

1°. Dat door Waterloo's heerlijke overwinning Neêrlandsch-Indië een kostbare schat voor ons dierbaar Vaderland gebleven is en het voortaan altijd blijven zal,

2'. Dat door Waterloo's beslissende zegepraal, een groot gedeelte der Europeesche bevolking in Neêrlandsch-Indië de gelegenheid heeft bekomen, om naar deze gezegende gewesten over te steken en daar een onbezorgd levensonderhoud te vinden, hetgeen hun in het Vaderland welligt niet in die ruime mate zoude zijn te beurt gevallen, terwijl van het overige gedeelte dier bevolking, dat zich ten tijde van Waterloo's overwinning in Indië bevond het lot verbeterd en de uitzigten verhelderd en veraangenaamd zijn geworden.

3°. Dat door de duurzame bevestiging van Neêrlandsch-Indië, onder het regelmatig gezag van het Moederland, als een gevolg van Waterloo's glorierijke overwinning, de uitbreiding der echte beschaving en verlichting en de daarmede gepaard gaande bevordering der goede Vaderlandsche zeden in deze gewesten gehandhaafd en opnieuw gevestigd is geworden.

Een groote menigte belangstellenden woonde de kerkplechtigheid bij.

Des avonds te zes ure van dienzelfden dag vereenigden zich de leden van het Genootschap van Waterloo zich opnieuw in de receptie-zaal van het Gebouw de Harmonie, teneinde deel te nemen aan een prachtig banquet van 200 couverts, hetwelk in de danszaal van hetzelfde gebouw was gereedgemaakt, om zoo doende dezen plechtigen feestdag, aan den vriendschappelijken disch, onder genot van gepaste blijdschap en vroolijkheid, te eindigen. De muziek der 18e afdeeling van de nationale infanterie bracht de stemming erin; de toespraken waren niet van de lucht af, daar werd gezongen en gedanst. Verschil¬

lende liederen, speciaal voor de gelegenheid vervaardigd, werden gezongen en gereciteerd, zooals: Waterloo's feestgezang; Moed, beleid en trouw e. a. De dichters waren echter meer enthousiast dan begaafd met kunstgevoel; verzen als :

Die strijd verbrak de vuige keten Ons schandlijk om den hals gesmeten»

zullen u niet naar een nadere kennismaking met den jj inhoud der gedichten doen verlangen.

Met het einde van het feest, ben ik tevens aan het einde van mijn beschrijving gekomen; nog slechts een korte nabetrachting.

Wanneer het Genootschap is ontbonden, heb ik niet kunnen nagaan, in den Regeerings Almanak van 1834 wordt het niet meer vermeld, zoodat aan te nemen is dat het toen een einde nam. Wellicht dat \ door het vertrek van den chauvinistischen Du Bus en de gewijzigde verhouding tusschen Nederland en i België na 1830 het Genootschap ophield te bestaan en de »meest aanzienlijke, zoo militaire als civiele personen« te Batavia, besloten de schimmen onzer voorvaderen met rust te laten.

Wel is het Genootschap verdwenen, maar de herinnering daaraan leeft voort in een droef leelijk monument, dat het fraaie Waterlooplein hier ter stede ontsiert, en in de wandeling »de poedel» wordt geheeten. De witgepleisterde, thans geheel groen uitgeslagen zuil, met het onoogelijke leeuwtje erop, had op het Koningsplein moeten verrijzen, kwam echter abusievelijk op het Waterlooplein* terrecht. Thans prijkt het daar nog, in het midden van het militair kampement, en de Leeuw ziet van uit den hooge neer op de dagelijksche exercitiën van Jan-Fuselier : en herinnert dezen aan de dappere verdedigers van | onze Onafhankelijkheid

Weltevreden, 4 October 1913. v. E.

* Dit plein kreeg later pas dien naam. li

Sarekat Islam.

Beroering, en nog eens beroering op het zoo rustig Java; berichten over relletjes, over groote opwinding onder Europeanen en Chineezen, over stakingen, over volksbenden die eigen rechter spelen — of althans ! dit wilden doen — sympathiebetuigen, sprekende antipathieën, perspolemieken: zie een dergelijke chaotische verzameling bereikt ons hier in Europa omtrent de Sarekat Islam. Is het dan niet begrijpelijk, dat wij huiverig worden ons een opinie te vormen; dat velen wantrouwig de berichten doorzien, omdat deze alle min of meer sterk «getint zijn, anderen wantrouwig de beweging zelf gadeslaan. En als onder deze laatsten niet alleen de koloniseerenden van den ouden stempel zijn — zij die vijandig staan tegenover alles wat beteekent geestelijke verheffing van den Inlander, omdat men h i. verstandiger doet dezen dom te houden om hem dan beter en zonder soesah te kunnen »regeeren maar ook personen, die het

wèl met den Inlander meenen, dan bedenken wij ons lang, vóórdat wij ons een richting kiezen.

Doch, waar thans de beweging overslaat naar de

Sluiten