Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou overgaan in een geprononceerd-ambtelijke leiding, omdat dan het gevaar voor verloopen der »officieele« beweging door wantrouwen er tegen, en het overgaan in een geheime actie groot kan zijn.

Om terug te komen op ons beginwoord: mocht de S. I.-beweging met haar goede kern ook langzamerhand ingang vinden in de Buiten Bezittingen dan zal dit niet te betreuren, maar toe te juichen zijn, mits echter ons gouvernement zich in haar tegenwoordige krachtige positie handhaaft.

's-Gr., 22 November 1913. M.

Pak Troeno.

Wie Pak Troeno toch eigenlijk was ? Weet ge dat niet, Pak Troeno de alom gevreesde; Pak Troeno de schrik der bevolking, die de arme desamenschen uitbuitte, hun vee stal en door de losprijzen een bedrag inde dat in een jaar tot tweeduizend gulden steeg; Pak Troeno, die overal was — en nergens?

Zelfs de kinderen kunnen u vertellen wie Pak Troeno is. De boeman! „Pas op! Als ie stout bent komt Pak Troeno."

Ook in de Stamboel kreeg Pak Troeno een plaats.

Pak Troeno was echter niets anders dan een ontvluchte dwangarbeider. Wegens veediefstal en medeplichtigheid aan moord was hij veroordeeld tot eenige jaren in den ketting. Hij werd opgezonden naar Batavia, maar wist hier te ontsnappen. Toen verkocht hij zijn dwangarbeiderskleeding en door als dagkoeli te werken kon hij zooveel geld verdienen, om van station tot station naar 't oosten te trekken, tot hij weer was in de streek waar hij vandaan kwam. Hij durfde niet naar zijn eigen desa, omdat hij wel kon vermoeden, dat de politie van zijn ontsnapping op de hoogte was.

Maar in den eersten tijd verborg hij zich eerst bij zijn familie in de naburige desa's. Toch merkte na korten tijd de politie zijn tegenwoordigheid, want de bewoners van de desa's langs 't gebergte kregen weer last van veediefstallen. De districts- en desahoofden hadden spoedig ondekt wie de dader was, maar er was geen sprake van dat Pak Troeno hun in handen viel. Zelfs konden ze geen perken stellen aan de steeds toenemende veediefstallen. Tevergeefs wees de Assistent-resident den districtshoofden op de voor hen onaangename gevolgen, als zij hieraan geen eind konden maken, en ook vergeefs dreigden daarom de districtshoofden de desahoofden met advies voor ontslag.

Pak Troeno stond lang niet meer alleen en had om zich heen een bende van eveneens weggeloopen dwangarbeiders gevormd, kerels, zwaar gewapend met kapmessen en geweren. Hij vervolgde kalm zijn rooversbestaan, dat hem geld in overvloed verschafte.

Als hij weer eens wat noodig had, dan verscheen er in de desa een man, die bekend maakte, dat na zonsondergang zich niemand buitenshuis mocht vertoonen, want Pak Troeno moest geld hebben. En als de verschrikte desalieden dat machtwoord vernomen hadden, dan trokken ze zich tegen zons¬

ondergang terug in hun woning en wachten angstig af, tot ze hoorden hoe de gevreesde mannen van Pak Troeno 't vee vervoerden uit den stal.

Dan ging de bestolene den volgenden ochtend naar een bruggetje of wachthuisje op de grens van de desa, rookte zijn strootje, en wachtte gelaten. En altijd kwam er iemand, die belangstellend vroeg wat hij hier deed zoo eenzaam. Dan vertelde de desaman, dat zijn koe gestolen was. „Ziet je koe er niet zoo en zoo uit", vroeg de belangstellende. „Ja dat is zoo, ze is 50 gulden waard". „Dan kan ik je helpen", zeide de ander, „kom over zooveel dagen met 25 gulden hier, dan zal ik zorgen dat je de koe terug terugkrijgt". — Met dezen troost keerde de desaman huiswaarts, verkocht zoo veel mogelijk zijn kostbaarheden en leende overal, om 't groote bedrag van 25 gulden bij elkaar te krijgen. Na die opoffering vond hij zijn koe terug.

Zoo ging allengs de bevolking gebukt onder de tyrannie van Pak Troeno. Niet één die zich tegen zijn wenschen durfde verzetten, en wee dengene, die zijn schuilplaats verraadde aan de politie.

Toen 't niet gelukte hem te vatten, werden de desahoofden bang voor hem en durfden in hun eigen desa geen hand naar hem uit te steken. Ook werden groote drijfjachten op Pak Troeno georganiseerd, waarbij talrijke spionnen hun diensten bewezen tegen een geldelijke premie. Ook dit mocht niet baten. Wel zat men hem dicht op de hielen, wel vond men zijn schuilplaatsen, zijn slaapplaats nauwelijks verlaten, de rijst nog warm in de pan, maar Pak Troeno was gevlogen. Toen kreeg de politie wantrouwen in de zoogenaamde spionnen, die Pak Troeno op 't laatste oogenblik waarschuwden, om zoodoende nog vele malen de gelegenheid te hebben zijn schuilplaatsen aan te wijzen en premies te verdienen.

Deze jachten maakten niet den minsten indruk op Pak Troeno. Hij werd daarentegen al brutaler, kwam met eenige volgelingen als gewone desamenschen op de pasars, hield gesprekken met desahoofden en politie, die hem niet aandurfden, en bezocht de feesten.

Ten slotte besloot de Assistent-resident over te gaan tot 't middel van isolatie. Men zou trachten al degenen, die met hem in eenig verband stonden, te verwijderen. Zijn volgelingen werden gevat, zijn familie, de vele vrouwen die hem in de verschillende dessa's een schuilplaats verleenden, zij allen werden als medeplichtigen in preventieve hechtenis gesteld.

Ten slotte voelde Pak Troeno, dat zijn strijd niet lang meer zou duren. Toen liet hij bij monde van zijn broer Pak Sijem, die hem altijd krachtig ter zijde stond, weten, dat hij, alvorens in handen te vallen van de politie, eerst had af te rekenen met drie persoonlijke vijanden, op wier getuigenis hij vroeger veroordeeld was. Dat waren twee desahoofden en een lid van 't desabestuur. De laatste was kort daarop plotseling verdwenen. Eenige dagen daarna was in een afgelegen desa zijn lijk gevonden in een grooten vuilnishoop, doordat na een zware regenbui een voet zichtbaar werd. Bij onderzoek bleken de daders Pak Troeno en zijn broer té zijn, die hun slachtoffer naar die afgelegen plaats hadden weten te lokken»

Sluiten