Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich vergewissen moet of niet mogelijk door kunstbloemen, kleedingstukken , verfstoffen, de kerkhofaarde , arsenicum in een lijk kan gekomen zijn en den indruk geven kan van vergiftiging, terwijl deze inderdaad niet bestond.

Gautier deelde een paar maanden geleden mede, dat in het lichaam kleine hoeveelheden arsenicum als normaal bestanddeel voorkomen : V- milligram, in de schildklier, sporen in de huid en in de hersenen. Het bloed, de lever, de maag en andere lichaamsdeelen, die bij vermoedelijke vergiftiging met rattenkruit daarop worden onderzocht, bleken als normaal bestanddeel geen spoor arsenicum te bevatten. Yrees voor dwaling bij het onderzoek behoeft door Gautier's uitkomsten niet te bestaan.

Toen tusschen 1845 en 50 het gebruik van lucifers meer algemeen begon te worden , en daarvoor de uiterst vergiftige phosphorus, tot dusverre binnen de muren van het scheikundig laboratorium besloten , meer binnen het bereik der leeken kwam, behoeft het ons niet te verwonderen , dat ook de misdaad naar deze stof de handen uitstrekte.

Wij nemen dan ook waar, daf terwijl van 1840—45 in Frankrijk slechts één geval van vergiftiging met phosphorus betend is, dit getal van 1845—50 steeg tot 4 en in de daarop volgende tijdvakken van 5 tot 5 jaren tot 34, 94, en (dit was 1855—60) daarna daalde tot 74, 60, 43, 26, 4.*) Heeft ook hier de methode van Fresenius en Babo wellicht haar vermoedelijk gunstigen invloed doen gelden ?

In geenen deele : juist de methode zou hier, wanneer er phosphorus te vinden ware, het vinden onmogelijk maken. Terwijl phosphorus in den onverbonden toestand, waarin

l) Ook hier laten de statistieken voor andere landen, voor zoover ik kan nagaan , geen vergelijking toe.

Sluiten