Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sommige dier afgezonderde stoffen bleken niet vergiftig te zijn; andere daarentegen gaven in hevige werking aan in zeer kleine hoeveelheden reeds doodelijke stoffen niets toe.

Dat niet opzettelijk vergiftigde, oorspronkelijk onschadelijke stofïen, vergiftige eigenschappen konden verkrijgen, ■\\ist men reeds in de oudheid. Is de overlevering op waarheid gegrond, dat Themistocles zich in het jaar 449 voor onze tijdrekening van het leven beroofde door het drinken van stierenbloed, dan hebben wij te denken aan bloed, dat door warmte in rotting overgegaan, vergiftige eigenschappen had gekregen.

Dat het „stieren''bloed moest zijn vindt zijn oorsprong in de meening, dat juist stoffen van krachtige dieren, de krachtigste werking uitoefenen.

Zoo zal de Javaan, wanneer hij door fijn geknipte haren meent een ander van het leven te kunnen berooven, liefst daarvoor „tijger"haar gebruiken, ofschoon zijn eigen stugge hoofdhaar daarvoor even goed zou kunnen dienen. Bij een mij in onderzoek gegeven geval waarbij van poging tot vergiftiging langs dezen weg sprake was, had de Javaan geen kans ziende, zich in het Gooi tygerhaar te verschaffen, daarvoor zijn eigen hoofdhaar fijn geknipt en in gezette koffie verdeeld.

Dat het bekend was, dat bloed in warme landen spoedig vergiftig werken kan , mag wel worden afgeleid uit de voorschriften aan de Israëlieten gegeven bij het slachten van vee.

Geen ziele van ü zal bloed eten; ook niet de vreemdeling", lezen wij in Leviticus 17 : 17. „Gij zult niets met bloed eten in Hfdst. 19 vs. 16 van hetzelfde boek , terwijl in Hfdst. 17 vs. 13 wordt geboden, dat van alle dieren, die op de jacht gedood en tot voedsel gebruikt worden , het bloed zal worden uitgegoten.

In het begin der Middeleeuwen schreef Anthimus een

Sluiten