Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij, al is hij er niet blind voor, liet meestal liever aan zijnen opvolger overlaat, (le zorgen en beslommeringen, verbonden aan een reorganisatie of zelfs aan liet in 't leven roepen eener nieuwe inrichting op zich te nemen, die in het te verwachten veeljarig genot daarvan een equivalent voor den besteden tijd en zijne moeite zal vinden. Heel anders was de toedracht met dit Instituut.

Toen met de invoering der nieuwe wet op het Hooger Onderwijs voor 't eerst een professoraat voor kristallographie, mineralogie, geologie, palaeontologie aan deze Hoogeschool werd ingesteld, en ik als eerste titularis in November 1877

7

dit hoogleeraarsambt aanvaardde, werd ik, na eerst een paar maanden mijne colleges in het akademiegebouw te hebben gegeven, met eene oude mineralenverzameling, eenige gesteenten en petrefacten, die gedeeltelijk in het Museum v. nat. historie bewaard werden, en gedeeltelijk van den zolder van 't Akademiegebouw van onder ouden rommel voor den dag werden gehaald, onder dak gebracht in het oude wachthuis aan de Boteringebrug. In den eersten tijd beschikte ik alleen over de bovenverdieping, eene zaal, waarvan een gedeelte als mineralenverzameling en collegekamer was afgeschoten, waar ik staande voor een lessenaartje, dat op ruw geschaafde, door twee schragen ondersteunde, planken was geplaatst, in Februari 1878 voor 't eerst mijne colleges gaf. Aanleiding tot eene openingsplechtigheid bestond toen dus niet; evenmin in de daarop volgende jaren, want bij de toen heerschende groote zuinigheid werd mij niet in eens eene grootere som toegestaan voor eerste inrichting van het gebouw, dat intusschen na verplaatsing van het in 't begin in de benedenzaal gehuisveste ijkkantoor geheel tot mijne beschikking was gekomen: maar ik moest door buitengewone subsidies trachten, ieder jaar op de meest zuinige wijze een of een paar kasten te doen maken, om instrumenten, gereedschappen en utensilien en vooral de verzamelingen te bergen, die allengs door aankoop en door het verzamelen van zeer vele „Geschiebe" meer en meer aangroeiden. Zoodoende verstreken eenige jaren, alvorens alles,

Sluiten