Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

middelbare scholen en athenea van het Vlaamsche land bij middel van het Nederlandsch moet worden gegeven, alsook de lessen in het Duitsch en in het Engelsch, totdat de leerlingen in staat zijn die studie door middel van de taal zelf, die men onderwijst, voort te zetten. Bij minstens twee leergangen van het programma, — tot nu toe de geschiedenis en aardrijkskunde en de natuurwetenschappen — zal het Nederlandsch de voertaal wezen.

Deze wet had voor doel in de Vlaamsche gewesten de beide landstalen op gelijken voet te stellen, en de Vlaamsche scholieren tot de meer gegoede klassen behoorende een degelijke kennis van de taal des volks te bezorgen. Het doel van het middelbaar onderwijs zou anders moeten zijn. Het Nederlandsch zou de voertaal van de voornaamste leervakken moeten wezenr en daar de Vlaamschgezinden aannemen dat de leerling ook een grondige kennis van het Fransch opdoe, zoo zouden de bijvakken, in die taal dienen onderwezen te worden.

Maar verre dat dit zou zijn, worden niet eens de voorschriften der wet van 1883 eerlijk uitgevoerd, meestal door den onwil der schooloverheden, besturende bureelen en middenbestuur, die soms alles in het werk stellen om de heilzame werking der wet te verijdelen en te dwarsboomen.

Een der grootste gebreken der wet van 1883 is dat zij tal van uitzonderingen voorziet, die haar ontzenuwen, zooals de zoogezegde Waalsche afdeelingen. Een tweede gebrek is dat zij niet toepasselijk is op de vrije gestichten van middelbaar onderwijs, die nochtans evenals de Staatsgestichten het voorrecht bezitten, getuigschriften af te leveren die toegang verleenen tot de hoogeschool.

Om deze ongelijkheid te doen verdwijnen en om deze gestichten aan te sporen het Nederlandsch als voertaal voor zekere vakken in te voeren, werd een wetsvoorstel door den heer Coremans ingediend, gewijzigd door de heeren Franck en Segers en thans door de Kamers met groote meerderheid aangenomen, door den Koning bekrachtigd en in het Staatsblad van 15 Mei 1910 afgekondigd.

De wet Franck-Segers, die op gelukkige wijze de wet van 1883 aanvult, moet echter voor gevolg hebben de volledige uitvoering der wet van 1883 in al de middelbare scholen en athenea van het Vlaamsche land.

Eerstgenoemde wet heeft, zonder het recht der Waalsche burgers in het minst te krenken, het bestaan der Waalsche

Sluiten