Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immers de Vlaamsche kinderen verlaten in het algemeen vroegtijdig de school (11^ en 12ejaar); het schoolbezoek laat veel te wenschen over; de onderwijzer of onderwijzeres beschikt nauwelijks over den tijd om het programma uit te voeren, schier elk jaar wordt nog iets aan dat programma bijgevoegd.

En dit laat zich psychologisch verstaan, als men bedenkt dat de overgroote massa der bevolking, behalve enkele bevoorrechten, die middelbare of hoogere studiën doen, geen ander onderwijs kan genieten. Aldus bepaalt de waarde van het lager onderwijs de waarde van het geslacht dat later de natie zelve zal uitmaken.

Bij de talrijke vakken die op het leerplan voorkomen, komt zich nog de studie der tweede taal, het Fransch, voegen. Nu, de heer G. Segers heeft het doel en het ware wezen van de lagere school als volgt omschrevei : « In de lagere school wordt geleerd wat niemand kan missen in welken stand hij zich ook bevinde. Het moet terzelfder tijd bijdragen tot de algemeene geestesontwikkeling. »

Welnu voor de massa der Vlaamsche leerlingen levert de studie van het Fransch geen nut op ; voor enkelen die later hun streek verlaten is de opgedane kennis te luttel, zoowel als voor degenen die later een openbaar ambt willen bekleeden. Door het aanleeren der tweede taal wordt de lagere school van haar natuurlijke bestemming afgeleid : om het volk een algemeene ontwikkeling te verleenen moet de school kennis en gedachten geven. In ons land willen de verfranschers haar gebruiken om nieuwe woorden, die geen nieuwe denkbeelden aanbrengen, te onderwijzen. Het kind dat Fransch leert vermeerdert daardoor met niets den schat zijner voorstellingen, begrippen, oordeelen, die gezamentlijk zijn denkmateriaal uitmaken.

Een tweede taal is verder een belemmerend ofwel een'nutteloos vak op het overladen programma. Immers dan kunnen twee gevallen zich voordoen « onderwijst men op de lagere school een vreemde taal grondig dan offert men er meer tijd aan op dan er kan gemist worden bij het onderricht der onontbeerlijke vakken; besteedt men er te weinig tijd aan, dan trekt de leerling voor het latere leven er geen hoegenaamd nut uit. » (M. Rooses.)

Ondanks al de ministerieele voorschriften wordt een tweede taal slechts in weinige scholen van het Walenland onderwezen, terwijl dit in de meeste scholen met Nederlandsche voertaal wel het geval is. Naar zorgvuldige berekeningen, besteedt de onderwijzer in de Vlaamsche scholen, één vijfde van den

Sluiten