Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

danigheid betreft, aan Vlaamsche kunstenaars te danken. De catalogus, waaraan de heer A. J. Wouters het gelukkig denkbeeld had biographische schetsen toe te voegen, heeft ons toegelaten vast te stellen, dat er op 173 schilders en beeldhouwers, 102 Vlamingen waren ». Antwoordende op de bewering van een criticus dat om volkomen hoogere kunstenaars te worden, onze schilders langer hadden moeten school gaan, voegt de heer Buls er bij : « De gevolgtrekking, door den heer DumontWilden uit zijne constalatie gehaald, is dat onze kunstenaars hun geest zouden moeten ontwikkelen. Maar, letten wij op! Zoodra wij hooger dan de lagere school willen streven en de trappen van middelbaar en hooger onderwijs willen beklimmen, wordt onze opleiding uitsluitend Fransch en is van aard om aan de helft van ons volk zijn eigen karakter te doen verliezen. Indien ons de Retrospectieve Expositie zulke bewonderenswaardige schilders heeft getoond, dan is het wellicht omdat zij zich hadden kunnen afzonderen en aldus hun ingeboren eigenaardigheid hadden kunnen bewaren. »

Een kunst, die onder den invloed van vreemde zeden, vreemde taal, vreemde kunstbegrippen staat, draagt in zich de kiemen van ontaarding, verdorring en onvruchtbaarheid. Daarom behoeven onze beeldende kunstenaars algemeene ontwikkeling zoowel als kunstopleiding in eigen taal. Deze dringende eisch voor het kweeken van gezonde en levende kunst is verre van] verwezenlijkt : onze kunstscholen blijven voor een goed deel nog Fransch, en het Hooger Instituut voor Schoone Kunsten te Antwerpen, schier uitsluitend door Vlaamsche jongens bezocht, is nog grootendeels een Fransche inrichting. Daar ook moet verandering komen.

*

* *

Maar de wedergeboorte van den Vlaamsch nationalen geest bepaalde zich niet bij den herbloei der beeldende kunsten. De muziek, die wellicht nog nauwer met het volksleven verbonden is, werd insgelijks van* Vlaamschen geest doordrongen. Eene schaar toondichters- schiepen tal van muzikale gewrochten van hooge beteekenis, lyrische drama's, cantaten, liederen getoonzet op de teksten der Vlaamsche dichters. Waelput, W. De Mol, Blaes, Gevaert, Antheunis en zoovele nog levende toonkunstenaars, waarvan de naam op aller lippen ligt en die menigen triomf in het buitenland behaalden, hebben aan de vaderlandsche muziekkunst, eenen luister bijgezet, die men te vergeefs in vroegere eeuwen zou zoeken, al waren de Nederlanden

Sluiten