Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der XVI1' eeuw dan ook de bakermat der hedendaagsche toonkunst. Boven hen allen, staat als een reus Peter Benoit : hij schonk niet alleen aan zijn vaderland zijne heerlijke muzikale scheppingen, hij was ook een wekker en een leider, die niet terugschrok voor vijandschap. Door het gesproken en geschreven woord, verdedigde hij de stelling dat wij in de muziek naast de groote wereldkunstgroepen onze eigene onafhankelijke plaats alleen kunnen verwerven door de loutering en de ontwikkeling van onzen eigen aard en onze volkskunstopvatting. Door zijn streven ontstond het Koninklijk Vlaamsch Conservatorium te Antwerpen, de burcht der Vlaamsche muzikale kunstopvatting. Als wekker van de Vlaamsche muzikale kunstuiting, opende hij een nieuw en ruim arbeidsveld voor onze nationale toondichters, de Vlaamsche Opera, die reeds menig merkwaardig en alom toegejuicht gewrocht voor dit Vlaamsche kunstvak in het leven riep.

Zijn aldus de mogelijkheid en het nut van een Vlaamsche muzikale opleiding door de feiten bewezen, dan valt het des te meer te betreuren, dat het Koninklijk Conservatorium te Gent, in het hart van het Vlaamsche land gelegen, nog steeds een volkomen Fransche inrichting blijft; alsook dat aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel niet eens een leergang van Nederlandsche voordracht, noch een van \'laamschen zang bestaat, alhoewel de hoofdstad meer dan veertig levenskrachtige Vlaamsche tooneelmaatschappijen en een bloeienden Koninklijken Mlaamschen Schouwburg bezit.

Door het voortbestaan van zulke even onlogische als onrechtvaardige toestanden worden de Vlamingen nog maar al te dikwijls in hunne kunstontwikkeling gestremd of vertraagd ; door een verfranschend onderwijs loopen zij gevaar hun Vlaamsch karakter, en aldus mettertijd alle echte oorspronkelijkheid, te verliezen. Voor hen, evenals voor al de andere door middelbaar en hooger onderwijs ontwikkelde Vlamingen, moet het mogelijk gemaakt worden eene geleidelijke en volledige kunstopleiding in eigen taal te genieten. Dan zullen én schilderkunst én beeldhouwkunst én toonkunst nog een veel hoogeren bloei, dan thans reeds het geval is, beleven, tot eer van den

Vlaamschen stam, tot eer van het Belgische vaderland.

* *

Ondanks de bevoorrechting der Fransche taal en de verbanning van het Vlaamsch uit alle officieele instellingen, kwam de Vlaamsche letterkunde na 1830, tot een, in vroegere tijden,

Sluiten