Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongekenden bloei. De herinnering aan een verleden vol heldendaden en roem, het gejubel om de ontwaking van een sedert eeuwen sluimerend volk waren de stuwkrachten van deze herleving der vaderlandsche letteren op Vlaamschen bodem : Jan Frans Willems, de vader der Vlaamsche beweging, Hendrik Conscience, de heraut en de wekker bij uitnemendheid, de dichters Prudens Van Duyse, Ledeoanck, Vuylsteke, Dautzenberg, Van Beers, Hiel, Frans de Cort, De Geyter, Rodenbach, en vooral Guido Gezelle, de prozaschrijvers David, Snellaert, De Laet, Sleeckx, de gebroeders Snieders, Tony Bergman, Courtmans, Jan Van Rijswijck herdenkt het volk dankbaar, terwijl het hun werken blijft lezen en beminnen.

En naarmate de grondleggers onzer letterkundige Wedergeboorte verdwenen, trad een steeds talrijker en veelzijdiger wordende jongere schaar van dichters en prozaschrijvers op, die als sieraad van welke letterkunde ook zouden schitteren.

Kan aldus de Vlaamsche literatuur van dezen tijd met trots op menig gewrocht van hooge beteekenis wijzen, haar ontbreekt nog zooveel, wat in elk beschaafd land aan de letteren met liefde wordt toebedeeld : een Vlaamsch hooger onderwijs, een ontwikkelde hoogere stand, die met de letterkunde meeleeft, een gestadige erkenning en aanmoediging van Staatswege.

De Vlaamsche letterkunde mist inderdaad den steun dergenen, die in elk ander land de keurbende uitmaken van de kenners en voorstanders der letteren, dat zijn de hoogere standen, die juist die atmosfeer van cultuur moeten vormen, onontbeerlijk voor het ontstaan en gedijen van hoogeren literairen arbeid. Door eigen verfransching verblind en door eene pers misleid, die alles wat Vlaamsch is, negeert of doodzwijgt vervullen de hoogere standen in Vlaamsch-België in geenerlei wijze deze hooge zending, in een woord, zij zijn geen leiders van de beschaving.

Hetzelfde gebrek aan waardeering, ontmoet maar al te dikwijls nog, de Vlaamsche letterkunde van wege het Staatsbestuur, waar het geldt het verleenen van stoffelijke voordeelen en het geven van den moreelen steun, die de kunst in de oogen van het publiek aanzien bijzet: alzoo blijft nogmaals de Regeering te kort aan haren plicht als cultuurstaat tegenover de Vlaamsche woordkunstenaars en hun taal, de taal nochtans van de meerderheid der Belgische burgers.

Aan het eerste euvel, kan slechts langzamerhand verholpen worden, door een degelijk aanleeren van het Nederlandsch

Sluiten