Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2.

(1). De concessionarisse heeft niet de beschikking over den grond van het concessie-terrein, doch alleen en uitsluitend over alle daarop staande djeloetoengboomen, voor zoover voor exploitatie daarvan door anderen geen vergunning is verkregen op den voet van de „djeloetoengkeur", afgekondigd in de Javasche Courant van 29 September 1908 No. 78, zoodat harerzijds moet worden gedoogd de eventueele uitgifte ten aanzien van dat terrein van concessies van anderen aard, zoomede de exploitatie aldaar door het Gouvernement van Nederlandsch-Indië van andere producten dan djeloetoeng.

(2). Het Gouvernement van JSfederlandsch-Indië behoudt zich het recht voor om binnen het concessieterrein gronden in erfpacht uit te geven, met dien verstande, dat daarbij aan concessionarisse, zoolang de concessie duurt, steeds de voorkeur wordt verleend boven anderen. De concessionarisse zal, indien het erfpachtsrecht aan een ander wordt verleend, van dezen eene door drie scheidslieden als aangegeven in art. 15 sub a, te bepalen schadeloosstelling kunnen vorderen voor het gemis van het product van de, op de erfpacht uit te geven gronden voorkomende djeloetoengboomen.

(3). Indien op de concessie terreinen andere caoutchouc of getah-pertja houdende boomen voorkomen dan die welke het onderwerp dezer concessie uitmaken, zal de tegenwoordige concessionarisse op eventueel op die boomen betrekking hebbende concessies bij voorkeur boven anderen aanspraken kunnen doen gelden.

(4). De concessionarisse zal hebben zorg te dragen dat bij de inzameling van djeloetoeng binnen de grenzen van het concessie-terrein:

Sluiten