Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26. Aan eiken onderwijzer wordt eene vaste jaarwedde toegelegd. Die jaarwedde bedraagt ten minste:

1°. voor het hoofd eener school :

a. inet minder dan vijf dienstjaren, zevenhonderd vijftig gulden ;

b. met vijf en meer doch minder dan tien dienstjaren, achthonderd gulden ;

c. met tien en meer doch minder dan vijftien dienstjaren, achthonderd vijftig gulden ;

d. met vijftien en meer doch minder dan twintig dienstjaren negenhonderd gulden ;

e. met twintig en meer dienstjaren, negenhonderd vijftig gulden;

2°. voor elk der onderwijzers die het hoofd der school bijstaan :

a. met minder dan vijf dienstjaren, vijfhonderd gulden;

b. met vijf en meer doch minder dan tien dienstjaren , vijfhonderd vijftig gulden ;

c. met tien en meer doch minder dan vijftien dienstjaren, zeshonderd gulden ;

d. met vijftien en meer doch minder dan twintig dienstjaren, zeshonderd vijftig gulden;

e. met twintig en meer dienstjareu, zevenhonderd gulden;

3°. voor elk der onderwijzers, die het hoofd der school bijstaan en den rang van hoofdonder-

(26) Dit artikel is aldus nader vastgesteld bij bij de wet van 24 Juni 1901, S. 187.

— alinea 1, n°. 1 en 2. Naar aanleiding van de bij de beraadslaging over art. 26 gedane vraag of het niet voldoende zou zijn als door den gemeenteraad slechts voldaan wordt aan den eisch der wettelijke minima, is door den Minister ontkennend geantwoord :

„Ik geloof — zegt de Minister — dat het wenschelijk is, dat ik bij deze gelegenheid nog eens uitdrukkelijk doe uitkomen, dat de vaststelling van algemeene wettelijke minima in de verste verte niet de beteeken is heeft, alsof daardoor worden geregeld de salarissen van de openbare onderwijzers in Nederland. Men spreekt telkens in het debat van de nieuwe salaris-regeling voor de onderwijzers, maar het is eigenlijk een zeer onjuiste uitdrukking. Wat beteekent de vaststelling van minima bij de wet? Niet anders dan

Sluiten