Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee uren in het vak vermeld onder k van artikel 2, volgens een aan den arrondisseraents-schoolopziener medegedeelden en in een der school vertrekken op eene zichtbare plaats opgehangen rooster van lesuren, waarop tevens de feestdagen en vaeantietijden zijn vermeld;

4°. het aantal onderwijzers voldoet aan de voor de openbare scholen gestelde eischen in de artikelen 23 en 24, het derde lid uitgezonderd.

Voor die bijdrage komen niet in aanmerking de bijzondere scholen:

a. waarvan het aantal leerlingen boven zes jaren, dat als werkelijk schoolgaande bekend staat, berekend naar den maatstaf in artikel 24 vermeld, minder dan vijf en twintig bedraagt;

b. waarvan de opbrengst der schoolgelden eene inkomst oplevert van gemiddeld tachtig gulden of meer per leerling en per jaar;

c. wanneer bij vacature in het onderwijzend personeel tusschen het ontstaan daarvan en de aanvaarding zijner betrekking door den benoemde een langere tijd verloopt dan: wat betreft het hoofd der school van zes maanden, wat de overige onderwijzers betreft van vier maanden, behoudens

lager onderwijs. De Minister antwoordde hierop, dat hij zich aangesloten heeft bij de uitlegging in de andere Kamer door een lid aan het artikel gegeven, een uitlegging die hierop neerkomt, dat eene bijzondere school nog wel geacht kan worden aan de voorwaarden van art. 54bis te voldoen, ook al worden van de 20 lesuren per week enkele uren gewijd aan wiskunde of aan een vreemde taal, met die reserve intusschen, dat het onderwijs in vakken van meer uitgebreid lager onderwijs, indien niet meer dan 20 lesuren per week worden gegeven, dan ook tot enkele uren blijven beperkt, dat toch, ging men b. v. 10 uren van de 20 besteden aan vreemde talen, dan zou daardoor het karakter van de school geheel veranderen, dan zou het geen, ook voor de kinderen uit de lagere volksklasse, bruikbare gewone lagere school meer zijn en zou een dergelijke lagere school op subsidie geen aanspraak kunnen maken.

— N°. 4. Voor den aan de school verbonden onderwijzer die niet is in het bezit van het bewijs bedoeld bij art. 51 litt. c tot het geven van bijzonder onderwijs vereischt, kan geen

Sluiten