Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelen der spraakkunst vau de hedendaagsche taal.

Het maken van eene schriftelijke vertaling van een niet te gemakkelijk stuk proza uit het Nederlandsch in de vreemde taal. (Vreemdelingen die verklaren de Nederlandsche taal niet machtig te zijn, knnnen de vertaling vervangen door een opstel en eene paraphrase van een gedicht in de taal waarover het examen loopt.)

Vaardigheid in het spreken der taal; eene goede uitspraak.

Het gebruik van woordenboeken bij het examen is verboden.

PROGRAMMA van het examen,, ter verkrijging eener akte van bekwaamheid B voor schoolonderwijs in de Fransche, Hoogduitse he of Engelsche taal en letterkunde, naar aanleiding van art. 4 der wet van 25 April 1879 {Staatsblad n.° 87). (1)

De vereischten zijn:

Grondige keunis van de verschillende onderdeden der spraakkunst ook op historischen grondslag, vooral met het oog op de klankwetten , de leer der vormen en de etymologie. Kennis der stijlleer.

Het mondeling of schriftelijk vertalen van een niet te gemakkelijk stuk proza uit het Nederlandsch in de vreemde taal. (Vreemdelingen die verklaren de Nederlandsche taal niet machtig te zijn, kunnen de vertaling vervangen door een opstel en eene paraphrase van een gedicht in de taal waarover het examen loopt.)

Kennis van de geschiedenis der letterkunde, ook van haar verband met de geschiedenis van het volk.

Bekendheid met eenige der voornaamste letterkundige voortbrengselen, ook van den laatsten tijd.

Het maken van een opstel over een letterkundig onderwerp.

Vaardigheid in het spreken der taal; eene goede uitspraak.

(1) Dit programma is aldus nader vastgesteld bij besluit van 14 October 1884, S. 216.

Sluiten