Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De naar die grondslagen verschuldigde bijdragen voor pensioen worden voor een evenredig gedeelte bij de uitbetaling van eiken termijn op de jaarwedden der belanghebbenden ingehouden.

3. Het gezamenlijk bedrag der volgens art. 2 door elk gemeentebestuur gedane inhoudingen wordt na afloop van elk halfjaar, aangewezen op de begrootingsposten, uit welke de jaarwedden der betrokken onderwijzers en onderwijzeressen zijn gekweten en vervolgens bij een arrondissements betaalmeester gestort.

De quitantiën dier stortingen worden, met bijvoeging eener gespecificeerde aanduiding van de daarin begrepen bijdragen, aan Gedeputeerde Staten der provinciën ingezonden binnen eene maand na afloop van het halfjaar over hetwelk de inhoudingen zijn geschied. (1)

4. Vóór of op 1°. September en vóór of op 1°. Maart van elk jaar zenden Gedeputeerde Staten aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken lijsten in duplo tot aanwijzing, voor zooveel hunne provincie betreft, van de veranderingen, welke gedurende de met ultimo Juni en ultimo December bevorens geëindigde halfjaren in het personeel der onderwijzers en onderwijzeressen bij openbare lagere scholen en in het bedrag hunner grondslagen voor pensioen geschied zijn.

Deze lijsten worden ingericht naar het bij dit besluit gevoegde model A.

5. Gelijktijdig met de overmaking aan het Departement van Binnenlandsche Zaken van de lijsten voorgeschreven bij art. 4, zenden Gedeputeerde Staten de quitantiën bedoeld, bij art. 3, aan het Departement van Financiën, met bijvoeging van twee lijsten, waarvan een het bedrag

(1) Bij besluit van 22 Augustus 1881, n°. 40, is vrijstelling van zegelrecht verleend voor de bevelschriften meer dan ƒ 10 bedragende, door de gemeentebesturen af te geven wegens ingehouden bijdragen voor het pensioen van onderwijzers en onderwijzeressen onder voorwaarde, dat op die stukken worde aangeteekend: Vrij van zegel, ingevolge Koninklijk besluit van den 22 Augustus 1881, n°. 40.

Sluiten