Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeling binnen tien dagen nadat zij is ontstaan.

De opgave in het 1ste lid bedoeld, wordt voor de eerste maal ingezonden in de maand Maart 1890 doch in stede van het aantal kinderen op 15 Januari 1890 wordt daarin vermeld het aantal kinderen dat op 31 December 1889 als werkelijk schoolgaande bekend stond, zoomede het aantal kinderen boven de zes jaren. (1)

2. Jaarlijks voor den aanvang van het schooljaar zendt het bestuur der bijzondere lagere school dat op de Rijksbijdrage, in art. 1 genoemd aanspraak maakt, aan den arrondissements-schoolopziener den rooster van lesuren ia tweevoud, voor dat schooljaar, waarop tevens de feestdagen en vacantietijden zijn vermeld.

Wordt aan de school geen onderwijs gegeven in het vak vermeld onder k van art. 2 der wet op het lager onderwijs , dan wordt op den rooster bovendien vermeld waar elders de schoolgaande kinderen voldoend onderwijs in dat vak ontvangen.

Bij opening der school in den loop van het schooljaar geschiedt de inzending van den ruoster van lesuren in tweevoud aan den arrondissementsschoolopziener ten minste tien dagen vóór die opening.

De rooster van lesuren wordt in zoodanigen vorm ingezonden dat hij tevens geschikt is om, opgeplakt, in een der school vertrekken te worden opgehangen.

De inzending van den rooster van lesuren geschiedt voor de eerste maal in de maand Maart 1890 voor het dan loopende schooljaar.

3. De arrondissements-schoolopziener zendt een exemplaar van den rooster, wanneer deze voldoet aan de eischen, gesteld in art. 54bis der wet op het lager onderwijs en art. 2 van dit

(1) De modellen voor de opgaven bedoeld in dit artikel en voor de aanvrage bedoeld in art. 6, zijn door den Minister van Binuenlandsche Zaken vastgesteld bij beschikking van 21 Februari 1890. Een exemplaar van die modellen met daarbij behoorende nota, is te verkrijgen bij den arrondissements-schoolopziener in wiens ambtsgebied de school is gevestigd.

Sluiten