Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op 15 Januari 1890 wordt daarin vermeld het aantal kinderen dat op 31 December 1889 als werkelijk schoolgaande bekend stond , zoomede het aantal kinderen boven de zes jaren.

6. De door het bestuur, dat op eene Rijksbijdrage , krachtens art. 54£w der wet tot regeling van het lager onderwijs aanspraak maakt, aan Gedeputeerde Staten overeenkomstig dat wetsartikel, jaarlijks in de maand Jannari te zenden aanvrage, moet bevatten:

1°. den naam der instelling of vereeniging die rechtspersoonlijkheid bezit en onder wier bestuur de school staat waarvoor de aanvrage geschiedt.

Is de instelling of vereeniging krachtens de wet van 22 April 18o5 (Staatsblad n . 32) bij Koninklijk besluit erkend, dan wordt nevens de dagteekening en het nummer van dat besluit vermeld de dagteekening en het nummer der Staatscourant waarin de goedgekeurde statuten dier instelling of vereeniging of wijziging of veranderingen daarin zijn openbaar gemaakt;

2°. de vakken waarin aan de school onderwijs is gegeven en indien daaronder niet behoort het vak vermeld onder h van art. 2 der wet, waar elders de schoolgaande kinderen daarin voldoend onderwijs hebben ontvangen en voorts de verklaring dat voldaan is aan het voorschrift van art. bkbis sub 3 ;

3°. het aantal kinderen dat op den vijftienden Januari van het voorafgaande jaar en , wanneer de school in den loop van dat jaar is geopend, dat op den laatsten dag der maand, volgende op die waarin de opening plaats had , als werkelijk schoolgaande bekend stond met vermelding van het aantal kinderen boven de ze6 jaren ;

4°. het bedrag van de opbrengst der schoolgelden in zijn geheel alsmede per leerling en per jaar;

5°. de namen en voornamen en ouderdom der onderwijzers bedoeld bij de artt. 23 en 24 der wet tot regeling van het lager onderwijs in het voorafgaande jaar aan de school verbonden geweest, met aanduiding van de akten van bekwaamheid die zij bezitten, het tijdvak gedurende hetwelk zij in dat jaar aan de school werkzaam zijn geweest

Sluiten