Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dellijk voorafgaande aan het volbrcngeu van den negentienjarigen leeftijd , onafgebroken op den voet van artikel 8 der wet tot regeling van het lager onderwijs als kweekeling in de school waren toegelaten en het examen is afgelegd binnen dertien maanden daarna. De tijd, verloopen tusschen den dag, waarop de negentienjarige leeftijd werd volbracht en het afgelegd examen , komt voor de bepaling van het bedrag der Rijksbijdrage niet in aanmerking. (1)

3. De besturen van gemeenten die normaallessen doen geven, die van bijzondere normaallessen en de hoofden der scholen door wie een of meer personen ter verkrijging eeuer akte van bekwaamheid als onderwijzer worden opgeleid, en die voor het ontvangen eener Rijksbijdrage in aanmerking wenschen te komen, doen hiervan kennisgeving aan den arrondissements-schoolopziener vóór 1 Juli 1890 of binnen een maand nadat de lessen zijn aangevangen.

4. De kennisgeving in het vorige artikel bedoeld, gaat vergezeld van eene lijst, waarvan het model door Onzen Minister, die met de uitvoering der wet tot regeling van het lager onderwijs is belast, wordt vastgesteld, bevattende naam en voornaam van den persoon die wordt opgeleid, den datum en de plaats zijner geboorte en het tijdstip waarop hij tot de normaallessen of in de school als kweekeliug toegelaten, de lesseu heeft aangevangen, alsmede de tijdstippen waarop en de plaats waar de lessen worden gegeven.

Bij aanneming van nieuwe kweekelingen wordt genoemde lijst aan den arroudissements-schoolopziener gezonden binnen acht dagen na hunne toelating tot de lessen.

5. De arrondissements-schoolopziener, bij wien de lijsten bedoeld in art. 4 zijn ingekomeu , houdt toezicht over de lessen en doet daarvan jaarlijks in de maand Januari verslag aan Onzen voornoemden Minister, door tusschenkomst van den districts-schooiopziener.

6. Het bestuur der normaallessen en de hoofden

(1) Sub 3°. van dit artikel is aldus nader vastgesteld bij besluit van 30 November 1895, S. 183.

Sluiten