Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verkooper moet het gemeentebestuur de volgende verklaring stellen :

Het bestuur der gemeente . . . verklaart: 1°. dat bovenstaand afschrift geheel overeenstemd met de bij hem ingekomen declaratie van den verkooper .... en

2°. dat hetgeen daarin wegeus dien verkoop aan de gemeente in rekening wordt gebracht, door haar deugdelijk is verschuldigd en onvergolden.

189

Het gemeentebestuur voornoemd,

Behoort bij beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 18 October 1890 , n°. 5165, afd. A.Z.C.

Mij bekend, Be Secretaris-Jreneraal, {(jet.) Hubrecht.

Besluit van den \1den December 1890, S. 180, tot intrekking van de Koninklijke besluiten van 27 Maart 1885 (Staatsblad n°. 74), 2 April 1887 {Staatsblad n°. 47) en 19 Maart 1888 {Staatsblad n°. 51) en tot regeling van den omvang van het examen, bedoeld in art. 63 der wet van 17 Augustus 1878 {Staatsblad n°. 127), zooals die laatstelijk is gewijzigd bij de wet van 8 December 1889 {Staatsblad n°. 175), van de wijze van afnemen en van hetgeen verder tot dit examen betrekking heeft.

In naam van H. M. WILHELMINA, enz. Wij EMMA, enz.

Op de voordracht van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 80 October 1890, n°. 37803, afdeeliug Ouderwijs

Overwegende, dat het, na de wijziging van de wet tot regeling van het lager onderwijs van 17 Augustus 1878 {Staatsblad n°. 3 27) bij die van 8 December 1889 {Staatsblad n°. 175) , noodig is, de Koninklijke besluiten van 27 Maart 1885 {Staatsblad n°. 74), 2 April 1887 {Staatsblad n°. 47) en 19 Maart 1888 (Staatsblad n°. 51), ter uitvoering van art. 63 der eerstgenoemde wet, te herzien;

Sluiten