Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Raad van State gehoord (advies van den 18 November 1890, n°. 24);

Gelet op het nader rapport van voornoemden Minister van 13 December 1890, n". 4500, afdeeling Onderwijs;

Hebben goedgevonden en verstaan: Art. 1. Het getal der eommissiën, belast met het afnemen der examens ter verkrijging van de akte van bekwaamheid als hoofdonderwijzer en hoofdonderwijzeres, bedraagt zooveel als de Minister, die met de uitvoering der wet tot regeling van het lager onderwijs belast is, telken jare naar bevind van zaken raadzaam zal oordeelen.

2. Elke commissie bestaat uit ten minste zeven leden. Hun kunnen zoo noodig zeven plaatsvervangers worden toegevoegd.

3. De voornoemde Minister wijst een der leden van de commissie tot voorzitter en een tot ondervoorzitter aan. De commissie benoemt een ander harer leden tot secretaris.

4. De voorzitter wijst de lokalen aan, waar de examens worden afgenomen.

5. De examens worden mondeling en schriftel ijk afgelegd.

De omvang der kennis, die in elk vak van de adspiranten kan worden gevorderd, is aangewezen bfl het programma aan dit besluit gehecht.

6. Het mondeling examen strekt zich uit tot al de in het programma vermelde vakken.

Het schriftelijk examen omvat de volgende vakken.

a. het schrijven;

b. de Nederlandsche taal;

c. het rekenen;

d. de methode van onderwijs en opvoeding.

7. Het examen loopt voor iederen adspirant binnen drie dagen ten einde.

Een dag is bestemd voor het schriftelijk werk, twee dagen worden aan het mondeling onderzoek en het handteekencn besteed. Het schrijven kan, zoo noodig, bij het mondeling gedeelte behandeld worden.

Het examen duurt op één dag voor ieder der adspiranten niet langer dan zeven uren.

Bij het mondeling onderzoek worden de adspi-

Sluiten